Terug

Onderzoek: Hoe gezondheidsnetwerken verandering brengen

1 oktober 2026

Wat verandert er als inwoners, zorg, welzijn, onderwijs en bestuur samen aan gezondheid werken? Twee wetenschappelijke studies gebruiken ervaringen uit het netwerk van Alles is Gezondheid om te onderzoeken hoe zulke samenwerking groeit en wat er nodig is om nieuwe werkwijzen ook echt in de praktijk te brengen.

Welke opbrengsten zijn gaandeweg al te zien?

De onderzoekers volgden vier initiatieven: Care Innovation Center West-Brabant, Netwerk Positieve Gezondheid Noordelijke Maasvallei, Gezonde Basisschool van de Toekomst in Limburg en Healthy Ageing Network Northern Netherlands (HANNN). Ze keken naar veranderingen die al zichtbaar zijn voordat een langetermijneffect op gezondheid kan worden vastgesteld. Daaruit kwamen vijf soorten opbrengsten:

  1. Idee: betrokkenen formuleren samen welke verandering ze willen bereiken en waarom.
  2. Integrale aanpak: organisaties uit verschillende domeinen verbinden hun werk rond gezondheid.
  3. Innovatie: betrokkenen ontwikkelen of gebruiken een nieuwe werkwijze, dienst of hulpmiddel.
  4. Implementatie: de aanpak krijgt een plek in het dagelijkse werk van betrokken organisaties.
  5. Impact: het initiatief draagt volgens betrokkenen bij aan kennis, motivatie, vaardigheden of gedrag bij de doelgroep.

Hoe komt de verandering op gang?

De onderzoekers beschrijven ook vijf manieren waarop netwerken die opbrengsten bereiken:

  1. organisaties uit verschillende domeinen bijeenbrengen;
  2. nieuwe werkwijzen uitproberen;
  3. initiatieven met bestuurders verbinden;
  4. inwoners en professionals bij de uitvoering betrekken;
  5. samen leren van ervaringen.

De onderzoekers brachten deze vijf verandermechanismen en de vijf opbrengsten samen in het Maatschappelijk GezondheidsTransformatie-model. Ook de ondersteunende rol van Alles is Gezondheid kreeg daarin een plek.

Mensen verbinden, nieuwe werkwijzen proberen en samen leren: zo brengen netwerken verandering op gang.

Twee voorbeelden uit de praktijk

In de Noordelijke Maasvallei gingen huisartsenpraktijken vanuit Positieve Gezondheid anders werken. Het netwerk verbond huisartsen met welzijnsorganisaties, bibliotheken, gemeenten en bewonersinitiatieven. Zo kwam er meer ruimte voor ondersteuning buiten de spreekkamer. Bij de Gezonde Basisschool van de Toekomst namen scholen, GGD, provincie en andere betrokkenen samen verantwoordelijkheid voor gezond eten en meer bewegen en spelen op school. De aanpak groeide tijdens de onderzochte periode van vier naar dertig scholen.

Alles is Gezondheid hielp de initiatieven om ervaringen tussen regio’s te delen en belemmeringen bij landelijke partijen onder de aandacht te brengen. De samenwerking verliep overigens niet altijd soepel. Volgens de onderzoekers vraagt verandering van regels en verantwoordelijkheden ook om het bespreken van en omgaan met spanningen en wrijving. Juist dan wordt duidelijk waar nieuwe afspraken nodig zijn.

Wrijving kan juist nuttig zijn, omdat het zichtbaar maakt waar nieuwe afspraken nodig zijn.

Een proef is nog geen vaste werkwijze

In een verkennende enquête onder partners en gebruikers van Alles is Gezondheid meldde 80% van de respondenten dat het gezondheidsinitiatief waarover zij antwoordden bijdroeg aan verandering in het dagelijks werk, 48% zag een bijdrage aan verandering in de financiering van de activiteiten en 43% zag een bijdrage aan landelijk beleid. Kleine nuancering: de percentages tonen niet of inwoners daardoor ook daadwerkelijk gezonder zijn geworden. De stap van een nieuwe werkwijze naar toepassing in het dagelijks werk vraagt volgens de onderzoekers extra aandacht.

Wie heeft er tijd en geld om een geslaagde proef voort te zetten? En wie kan besluiten over regels of financiering die daarbij in de weg zitten?

Wat kun je zelf met dit onderzoek?

Leg de vijf opbrengsten en de manieren waarop ze tot stand komen (handelingsperspectieven) naast je eigen gezondheidsinitiatief. Wat verandert er nu al in de praktijk? Welke inwoners, professionals of bestuurders zijn nodig voor de volgende stap?


Artikelen
Marleen P. M. Bekker, Laurens M. Reumers, Chantal Walg, Maria W. J. Jansen, Henk B. M. Hilderink, Jan-Kees Helderman en Dirk Ruwaard. De ontwikkeling van een heuristisch Maatschappelijk GezondheidsTransformatie-model (2026), doi:10.1007/s12508-026-00542-z; en Een exploratieve validering van een Maatschappelijk GezondheidsTransformatie-model (2026), doi:10.1007/s12508-026-00544-x. Beide artikelen verschenen in TSG – Tijdschrift voor Gezondheidswetenschappen.

Terug

Groene Proeftuin: samen verder met natuur en gezondheid

29 september 2026

Natuur kan bijdragen aan minder stress, meer beweging en ontmoeting. Maar hoe geef je groen een plek in de zorg, op het werk en in onze leefomgeving? Die vraag bracht Vereniging Arts en Leefstijl, Collectief Natuurinclusief en Alles is Gezondheid en belangstellenden van uit ons netwerk samen tijdens de Groene Proeftuin in de tuinen van Paleis Het Loo.

Met het weer aan onze kant verkenden we die vraag buiten: van Natuur op Recept en sociale voedseltuinen tot groen en gezond wonen, en de invloed van kunst en erfgoed op je gezondheid. Er zijn verdiepende workshops georganiseerd, nieuwe verbindingen gelegd, ideeën opgedaan en initiatieven ontstaan en het optreden van Ramsey Nasr met Calefax was bijzonder inspirerend.

Samen door

Aan het eind van de middag droegen Karen en Janny namens Alles is Gezondheid symbolisch het groene stokje over. Alles is Gezondheid rondt eind 2026 af. De opgave om natuur een vaste plek te geven in gezondheidsbevordering en preventie blijft, en vraagt om samenwerking. Onder meer Iris de Vries van Vereniging Arts en Leefstijl, waar de toolkit natuur en gezondheid een plek krijgt. Anneklaar Wijnants van Collectief Natuurinclusief, Renske Ek van Paleis Het Loo, onderzoeker Jolanda Maas van de VU en Ioana Biris van Nature Desks blijven zich inzetten voor natuur en gezondheid.

Praktijktest

Speciale dank aan Annette Postma van Gezond & Groen, die onder meer vanuit Alles is Gezondheid jarenlang mensen en ideeën rond groen en gezondheid met elkaar verbond, resulterend in de toolkit natuur voor gezondheid. Samen met haar ontwikkelden we ook een dialoogpaper en reflectiekaarten. Die zijn tijdens de Groene Proeftuin voor het eerst uitgebreid in de praktijk getest.

Naar dialoogpaper en reflectiekaarten

 

Veel dank aan iedereen die deze middag mogelijk maakte en erbij was.

Podcast en foto’s

Alja Sluiter en Janneke Stolker maakten een podcast tijdens en over de Groene Proeftuin.

Beluister de podcast

 

Bekijk de foto’s van Angela de Vlaming voor een impressie van de Groene Proeftuin:

Toolkit Natuur voor gezondheid

Praktische hulpmiddelen, bruikbaar voor professionals in de eerstelijns gezondheidszorg en welzijns- en sportsectoren. Ontdek hoe jij natuur kan inzetten voor meer welzijn en gezondheid.

Netwerkadviseur groen
Terug

Samenwerken aan groen en gezondheid: praktische tools voor reflectie en gesprek

24 september 2026

We deelden eerder het essay Natuur, gezondheid en zorgkosten: een logisch trio? van Annette Postma. Daarin onderzoekt zij waarom de stap van groen naar gezondheid en vervolgens naar minder zorggebruik en zorgkosten minder vanzelfsprekend is dan soms wordt gedacht. Nu volgt het praktische vervolg: een interactieve dialoogpaper en reflectiekaarten waarmee je die vragen in je eigen werk kunt onderzoeken en bespreken.

Professionals uit de domeinen Gezondheid, Groen en Stedelijke gebiedsontwikkeling werken steeds vaker aan dezelfde maatschappelijke opgaven. Woningbouw, klimaatadaptatie, biodiversiteit, leefbaarheid en gezondheid komen in projecten bij elkaar. Toch betekent een gedeelde ambitie niet automatisch dat iedereen hetzelfde bedoelt met begrippen als gezondheid, bewijs, effect, gebruik of waarde.

Niet iedereen bedoelt hetzelfde met begrippen als gezondheid, bewijs, effect, gebruik of waarde.

Juist daar kunnen deze twee nieuwe tools helpen. Niet door verschillen tussen vakgebieden weg te poetsen, maar door ze zichtbaar te maken. Die verschillen zie je terug in heel concrete vragen: welk effect streven we na, voor welke doelgroep, hoe goed willen we het verwachte effect kunnen onderbouwen en welke expertise moet wanneer aan tafel zitten?

Voor wie zijn de tools bedoeld?

De reflectiekaarten en interactieve dialoogpaper zijn vooral bedoeld voor professionals die werken op het snijvlak van Gezondheid, Groen en Stedelijke gebiedsontwikkeling. Denk aan mensen die werken aan een groene en gezonde leefomgeving en zich bezighouden met beleid, ontwerp, gebiedsontwikkeling, ecologie, publieke gezondheid, zorg, onderzoek of financiering.

De tools zijn vooral bruikbaar wanneer gezondheid een rol krijgt in een groen- of gebiedsontwikkelingsproject.

Je kunt de tools zelfstandig gebruiken om je eigen project, aannames en keuzes tegen het licht te houden. Maar de tools zijn ook bedoeld als hulpmiddel bij gesprekken met anderen. Bijvoorbeeld tijdens de start van een project, ontwerpsessie of gesprek over onderbouwing en financiering.

Interactieve dialoogpaper: waar kijken we verschillend naar?

De interactieve dialoogpaper laat zien hoe professionals vanuit verschillende verantwoordelijkheden naar dezelfde opgave kijken. Waar de één bijvoorbeeld vooral kijkt naar ecologische kwaliteit, uitvoerbaarheid of financiering, vraagt een gezondheidsprofessional eerder welke doelgroep wordt bereikt, via welk mechanisme en welk gezondheidseffect kan worden verwacht.

Welke stappen zijn nodig om van een vergroeningsmaatregel tot een bepaald gezondheidseffect te komen? Moeten mensen het groen daadwerkelijk gebruiken? Welke aannames zijn voldoende onderbouwd en welke nog niet? En als je een uitspraak doet over bijvoorbeeld zorggebruik of maatschappelijke waarde: zijn dan ook de tussenliggende stappen aannemelijk gemaakt? De interactieve onderdelen in de paper helpen om zulke vragen in je eigen project of casus te beantwoorden.

Voorbeeld van een checklist uit de interactieve dialoogpaper
Voorbeeld van een checklist uit de interactieve dialoogpaper

Met reflectiestops, perspectiefwissels en checks helpt de paper je om stap voor stap te onderzoeken waar je redenering op aannames leunt, welke schakels goed zijn onderbouwd en waar nog vragen of onzekerheden zitten.

Bekijk de interactieve dialoogpaper

 

Reflectiekaarten: aannames snel boven tafel

De reflectiekaarten helpen om snel te weten te komen welke aannames, verwachtingen of verschillen in perspectief een rol spelen in een project of samenwerking. Elke kaart begint met een herkenbare stelling. Achterop lees je waar de aanname kan schuren, hoe je een stap verder kunt komen en welke vraag je jezelf of elkaar kunt stellen.

De onderwerpen lopen uiteen van verschillende professionele logica’s en het tijdig betrekken van gezondheidsexpertise tot daadwerkelijk gebruik van groen, de effectketen, verschillen tussen doelgroepen en omgaan met onzekerheid. Je kunt de kaarten alleen gebruiken ter voorbereiding op een besluit of overleg, maar ook met collega’s of samenwerkingspartners. Eén kaart kan al genoeg zijn om een aanname zichtbaar te maken en het gesprek constructiever te voeren.

Een greep uit de reflectiekaarten. Achterop staat hoe je verder kunt komen.
Een greep uit de reflectiekaarten. Achterop staat hoe je verder kunt komen.

Waar kijken we eigenlijk anders naar, en wat betekent dat voor de keuze die we moeten maken?

Bekijk de reflectiekaarten

 

Verschillen benutten in plaats van gladstrijken

Goede samenwerking betekent niet dat alle disciplines hetzelfde gaan denken. Samenwerking wordt sterker als zichtbaar is welke vraag ieder domein probeert te beantwoorden, welke vakkennis daarbij hoort en welk risico of welke onzekerheid buiten beeld blijft.

De dialoogpaper helpt je stap voor stap te onderzoeken hoe een redenering van groen naar gezondheid en maatschappelijke waarde is opgebouwd, en waar de perspectieven van de drie domeinen daarin verschillen. De reflectiekaarten pakken herkenbare aannames uit die samenwerking één voor één beet, zodat je daarop gericht kunt reflecteren.

Gebruik de dialoogpaper en kaarten afzonderlijk of naast elkaar, individueel of in een projectteam. Niet om alle verschillen op te lossen, maar om ze eerder te herkennen en betere gezamenlijke keuzes te maken.

 


De tools zijn ontwikkeld door Alles is Gezondheid en Gezond & Groen. De illustratie is gemaakt door Johan Moorman.

Netwerkadviseur groen

Natuur, gezondheid en zorgkosten: een logisch trio?

Meer natuur zorgt voor meer gezondheid en dus voor minder zorgkosten. Het klinkt als een logische redenering. Maar kunnen we die stappen zomaar aan elkaar verbinden? Dit essay van Annette Postma vormde de aanleiding voor de interactieve dialoogpaper en reflectiekaarten.

Webinar in november

Voer het goede gesprek met professionals uit Gezondheid, Groen en Stedelijke gebiedsontwikkeling en ervaar hoe de nieuwe tools in de praktijk werken. Meer informatie volgt later.

Terug

Natuur, gezondheid en zorgkosten: een logisch trio?

23 september 2026

Stedelijke ontwikkelaars gebogen over een bureau met een groen bal, plant en windmolen.

Meer natuur zorgt voor meer gezondheid en dus voor minder zorgkosten. Het klinkt als een logische redenering. Maar kunnen we die stappen zomaar aan elkaar verbinden?

Dat natuur van waarde is voor onze gezondheid staat eigenlijk niet ter discussie. Maar als gezondheidswinst te letterlijk wordt vertaald naar minder zorggebruik, lagere zorgkosten of zelfs een oplossing voor de druk op de zorg, wordt de onderbouwing een stuk ingewikkelder.

In haar essay Natuur, gezondheid en zorgkosten: een logisch trio? onderzoekt Annette Postma waar het in die redenering kan schuren. Tussen de aanleg van groen en eventuele zorgkostenbesparing zitten namelijk meerdere stappen: gebruik van groen, gedrag, gezondheid en zorggebruik. Elke stap kán kloppen, maar geen enkele stap volgt automatisch uit de vorige.

Verschillende professionele logica’s

Het essay raakt aan een breder samenwerkingsvraagstuk. Professionals uit Gezondheid, Groen en Stedelijke gebiedsontwikkeling kijken vanuit verschillende verantwoordelijkheden naar dezelfde opgave, door net een andere bril. De groene en ruimtelijke domeinen beginnen bijvoorbeeld vaak bij een interventie en de maatschappelijke baten daarvan. Vanuit gezondheid begint de redenering eerder bij het gezondheidsprobleem, de doelgroep, het werkingsmechanisme en de onderbouwing van het verwachte gezondheidseffect. De benaderingen zijn op zichzelf legitiem, maar sluiten niet altijd op elkaar aan.

Domeinoverstijgend denken en werken is precies waar Postma zich mee bezighoudt. Zij werkte jarenlang op het snijvlak van publieke gezondheid, gezondheidsbevordering en hoger onderwijs, onder meer voor TNO, NSPOH, GGD Nederland, Zorginstituut en RIVM. Inmiddels richt zij zich met Gezond & Groen en als netwerkadviseur Groen op het verbinden van natuur en gezondheid en juist ook op het samenbrengen van professionele werelden die elkaar niet altijd vanzelfsprekend vinden.

Postma pleit in het essay voor meer precisie en meer begrip voor elkaars professionele logica. Maak duidelijk welk gezondheidseffect je verwacht, voor wie, via welk mechanisme en met welke mate van zekerheid. Reken niet verder dan de onderbouwing toelaat. Maar bedenk ook: als zorgkostenbesparing niet verantwoord kan worden berekend, kan een groene maatregel nog steeds gezondheids- en maatschappelijke waarde hebben.

Lees het essay: ‘Natuur, gezondheid en zorgkosten: een logisch trio?’

Van analyse naar gesprek

Met het essay begint een bredere gezamenlijke verkenning van Alles is Gezondheid en Gezond & Groen. volgt het praktische vervolg: een interactieve dialoogpaper en reflectiekaarten. Daarmee kunnen professionals individueel of samen onderzoeken vanuit welke aannames en professionele logica zij naar groen en gezondheid kijken. Want alleen agenderen en analyseren is niet genoeg. Voor betere samenwerking is ook een constructief, eerlijk gesprek nodig over wat iedereen verstaat onder natuur, gezondheid, effect en (financiële) waarde.

De eerste goede gesprekken zijn begonnen

Tijdens de Groene Proeftuin op Paleis Het Loo op 22 september stond dit vraagstuk al centraal in een workshop van Alles is Gezondheid. Met deelnemers uit de verschillende domeinen verkenden we hoe verschillende perspectieven op groen en gezondheid zichtbaar worden en hoe je die verschillen kunt benutten in de samenwerking door ze om te zetten in kansen. Dit was ook de eerste keer dat de interactieve dialoogpaper en reflectiekaarten uitgebreid in de praktijk werden getest.

Bekijk deze praktische tools

Halverwege november volgt een webinar waarin de drie domeinen Gezondheid, Groen en Stedelijke gebiedsontwikkeling met elkaar in gesprek gaan en de nieuwe tools verder tot leven komen. Meer informatie daarover volgt later. Houd onze website en nieuwsbrief in de gaten.

Lees het essay

Netwerkadviseur groen

Van analyse naar gesprek en reflectie

Een praktisch vervolg op dit essay: een interactieve dialoogpaper en reflectiekaarten. Hiermee kunnen professionals uit Gezondheid, Groen en Stedelijke gebiedsontwikkeling aannames, perspectieven en keuzes in de samenwerking rond groen en gezondheid onderzoeken.

Webinar in november

Voer het goede gesprek met professionals uit Gezondheid, Groen en Stedelijke gebiedsontwikkeling en ervaar hoe de nieuwe tools in de praktijk werken. Meer informatie volgt later.

Terug

Wandel jij graag? Vertel hoe het lopen in jouw omgeving bevalt

3 september 2026

Een straat met voetgangers in Amsterdam

De Nederlandse Voetgangersmonitor brengt in beeld hoe het is om te lopen in Nederland. Wandelaars weten als geen ander waar het goed gaat en waar het schuurt: een pad dat slecht onderhouden is, een route die ’s avonds onprettig aanvoelt, of een stoep of oversteek waar je met een rollator of kinderwagen niet doorheen komt.

Juist die ervaring vanuit de praktijk is interessant.

De vragenlijst van onafhankelijk onderzoeksbureau Ipsos I&O gaat over toegankelijkheid, sociale veiligheid, onderhoud van paden en verlichting, en over de plekken waar je graag loopt. Op een kaart kun je zelf aanwijzen waar het goed gaat en waar verbetering nodig is.
Hoe meer wandelaars meedoen, hoe beter zichtbaar wordt wat er nodig is om Nederland prettig wandelbaar te houden!

Meedoen kan tot en met 25 oktober 2026 en kost ongeveer 10 minuten. Onder alle deelnemers verloot initiatiefnemer Arcadis vijf Bol.com-cadeaubonnen van 100 euro.

Vul de vragenlijst in

Vul in en win

Vul de vragenlijst van de Nederlandse Voetgangersmonitor in en maak kans op een cadeaukaart van 100 euro!

Vul de vragenlijst in
Terug

Terugblik op de Week van de Mentale Gezondheid 2026 #Overbruggen

19 juni 2026

De Week van de Mentale Gezondheid 2026 maakte opnieuw één ding duidelijk: mentale gezondheid vraagt om samenwerking. #Overbruggen vormde daarom het centrale uitgangspunt van de week: verbinding leggen tussen domeinen die nog te vaak los van elkaar opereren. Overbruggen betekent erkennen dat de oplossing niet in één systeem ligt en dat samenwerking geen ambitie is, maar een voorwaarde. Dat werd zichtbaar in de vele verbindende activiteiten door het hele land en de brede betrokkenheid op LinkedIn.

Overbruggen begint bij het gesprek

Zoals minister Sophie Hermans het verwoordde op het congres en op sociale media:

Laten we niet vergeten dat mentale gezondheid ook wordt gevormd in het dagelijks leven. En dat is een verantwoordelijkheid van ons allemaal. Ga daarom het gesprek niet uit de weg en zorg dat niemand het gevoel heeft er alleen voor te staan.

We horen het terug in alle bijeenkomsten en gesprekken. We weten dat het niet altijd goed hoeft te gaan. Toch blijft het moeilijk om dat echt te delen. Alleen als dat wel lukt, kunnen we er voor elkaar zijn.

Jongeren die het systeem bevragen

Het jongerenschrijfteam van Missie Mentaal overhandigde de minister hun oproep: “Het systeem, dat zijn wij”.

Zoals medeschrijver Kai de Bruijn schreef: ‘In dit artikel staat de collectieve verantwoordelijkheid centraal. Dat betekent ook dat jongeren actief betrokken moeten worden bij de beleidsvorming in ons land. Samen maken we de maatschappij mooier!’

Tijdens de overhandiging aan de minister werd die beweging al een beetje tastbaar: daadwerkelijk samen het gesprek voeren.

Wil je meedenken, -praten en -doen? Download de oproep, de onderlegger en ga naar de digitale mailbox van de jongeren.

Overbruggen in beleid, praktijk en ervaring

Tijdens het Landelijk Congres Mentale Gezondheid maakte spreker Philippe Delespaul van de GEM (ecosystemen voor geestelijke gezondheidszorg) duidelijk hoe breed het thema zich uitstrekt. ‘Herstel heeft geen eindpunt maar is slechts hoe het leven in elkaar zit.’

Deelnemer aan het congres Raoul de Vries schreef over de bijdrage van Phillippe:

De filosofie van GEM maakte duidelijk waarom een nieuwe omgang met mentale gezondheid hard nodig is. Niet alleen bij de GGZ beleggen, maar een ecosysteem in de samenleving creëren waarbij de mens, in al zijn facetten, centraal staat en niet de ziekte.

Meer weten?

Download de presentatie van Philippe Delespaul.

Video

Miquel Pocorni sprak bevlogen over de verbinding tussen hoofd en hart en tussen ik, jij en wij. Hij droeg bij aan de gesprekken en reflecties die tijdens de dag ontstonden. Bekijk de korte video die door GrowingProcess is gemaakt.

Stemmen uit de praktijk

In het webinar ‘Hoe overbruggen we de mentale genderkloof?’ van 1 juni werd duidelijk hoe belangrijk het is om niet alleen bewust te zijn van nadelige effecten van onwetendheid over vrouwen en ongelijke behandeling, maar ook echt anders te leren kijken en handelen. Het webinar met o.a. Mette Visser, Aida Bilajbegovic en Ikram Choho is hier terug te kijken.

Zoals in de gesprekken naar voren kwam: bewustwording is pas het begin. Echte verandering vraagt om zorg, werk en een omgeving die meebeweegt. Thomas Marijnissen , die tijdens het Mentaal Filmfestival bijdroeg aan de nabespreking van Echte Mannen Huilen Niet, concludeerde: ‘Het begint zelden met de grote vraag. Het begint met aanwezig zijn. Luisteren. Zonder oordeel. Niet meteen een oplossing bieden.’

Verbinding als rode draad

Wat in al deze citaten terugkomt, is precies waar het thema Overbruggen over gaat: verbinding tussen hoofd en hart, tussen beleid en praktijk, tussen zorg en andere domeinen zoals onderwijs, werk en samenleving. In de jongerenoproep: ‘Het systeem, dat zijn wij’ is dat zo verwoord: ‘Het creëren van een samenleving waarin iedereen zich gezien en gehoord voelt.’

En in de vele bijeenkomsten, boeken, films en gesprekken werd dat voelbaar: het zijn niet alleen de programma’s die blijven hangen, maar de gesprekken die ontstaan. Jeanette van Tricht, deelnemer aan het Landelijk Congres Mentale Gezondheid concludeert:

Eén boodschap viel op: er zijn ontzettend veel mooie initiatieven. De uitdaging zit niet in nóg meer ontwikkelen, maar in het beter verbinden van mensen, organisaties en systemen. Niet voor niets was het thema van de week: Overbruggen.

Foto’s van de activiteiten

Hieronder kun je foto’s van de verschillende activiteiten georganiseerd door Missie Mentaal / Alles is gezondheid in samenwerking met partners bekijken en downloaden. De foto’s zijn gemaakt door Angela de Vlaming (graag vermelden bij gebruik).

Het Landelijk Congres Mentale Gezondheid

Bekijk en download de beelden van de opening van de Expo: Wat ons Verbindt, Het Mentaal Boekenbal en het Mentaal Filmfestival.

Meer over Missie Mentaal

Missie Mentaal is een initiatief van Alles is Gezondheid in opdracht van het ministerie van VWS. Missie Mentaal zet in op verbinden en samenwerken en overbruggen voor meer mentale veerkracht

Netwerkadviseur (Mentale) Gezondheid & Zorg
Netwerkadviseur onderwijs
Communicatieadviseur - verhalenmaker

Terug

Natuur: de Finse route naar gezondheid

4 juni 2026

[English version below]

In Nederland praten we al jaren over preventie, over een gezonde leefstijl en natuurlijk over het terugdringen van zorgkosten. Maar ondertussen blijven we gezondheid vaak benaderen vanuit het zorgsysteem. We investeren vooral in gezondheid wanneer mensen al klachten hebben. Finland kiest een andere route, met natuur in de hoofdrol. We gingen in gesprek met Marja Järvenpää (Sitra, het Finse Innovatiefonds) en Sara Malve-Ahlroth (Finnish Institute of Occupational Health) over de vraag hoe natuur een structurele plek kan krijgen in gezondheid, zorg, werk en leefomgeving.

Mensen maken op allerlei manieren gebruik van een mooi bospark

Dit jaar ging in Finland het tienjarige programma Health from Nature van start. Volgens de initiatiefnemers gaat het om het eerste nationale programma ter wereld dat natuur expliciet benadert als onderdeel van volksgezondheid.

De gezondheidswaarde van natuur blijft onderbenut

Net als Nederland kampt Finland met een groeiend aantal mensen met mentale gezondheidsproblemen, terwijl de bevolking tegelijkertijd vergrijst en de druk op het zorgstelsel toeneemt. Daar komen nog andere uitdagingen bij, zoals obesitas en een toenemend gebrek aan beweging, die de samenleving jaarlijks miljarden euro’s kosten. Volgens Järvenpää is het daarom tijd om anders naar gezondheid te kijken.

“Veel mensen gebruiken natuur al intuïtief wanneer ze stress ervaren of behoefte hebben aan rust. Maar in de systemen en structuren van de samenleving, zoals de gezondheidszorg, ruimtelijke ordening of op werkplekken, zie je die gezondheidswaarde van natuur nog veel te weinig terug.” – Marja Järvenpää

Dat is precies wat de mensen en organisaties achter het Health from Nature-programma willen veranderen.

Wetenschappelijk bewijs als basis

Het programma Health from Nature bouwt voort op jarenlang wetenschappelijk onderzoek naar de relatie tussen natuur en gezondheid. Uit studies blijkt onder meer dat toegang tot natuur stress vermindert, bescherming kan bieden tegen depressie, beweging stimuleert en samenhangt met een lager risico op obesitas en type 2-diabetes. Ook zijn er aanwijzingen dat regelmatig contact met natuurlijke micro-organismen het immuunsysteem ondersteunt. Natuur kan zelfs geheugenproblemen bij ouderen verminderen.

Als de gezondheidsvoordelen van natuur zo overtuigend zijn, waarom maken we daar dan nog zo weinig gebruik van in beleid en praktijk? Die vraag leidde eerst tot een onderzoeksrapport over de gezondheids- en economische waarde van natuur en vervolgens tot het nationale programma Health from Nature.

Natuur als vanzelfsprekendheid

Misschien wel het meest interessante onderdeel van de Finse aanpak is dat de verantwoordelijkheid niet uitsluitend bij burgers wordt gelegd. Veel gezondheidsbeleid draait om gedragsverandering – mensen moeten gezonder eten, meer bewegen en vaker naar buiten gaan. Het Finse programma kiest bewust voor een andere benadering. Tijdens het gesprek verwoordde Järvenpää het treffend:

“Mensen zouden vanzelf in aanraking moeten komen met de gezondheidsvoordelen van natuur.” – Marja Järvenpää

De vraag is dus vooral hoe we scholen, buurten, werkplekken en zorginstellingen zo ontwerpen dat contact met natuur een vanzelfsprekend onderdeel van het dagelijks leven wordt.

Een pijnlijk voorbeeld van hoe het niet moet, zijn de versteende school- en speelomgevingen voor kinderen. Volgens Järvenpää zijn schoolpleinen vaak met asfalt bedekt en zijn er veel kinderdagverblijven en speeltuinen met speelplekken die met rubber bedekt zijn. Terwijl onderzoek juist overtuigend laat zien dat een groene leefomgeving rond huis en school samenhangt met betere mentale gezondheid op latere leeftijd. Als we weten dat natuur goed is voor kinderen, waarom ontwerpen we hun dagelijkse omgeving dan zo vaak zonder natuur?

Hetzelfde geldt voor de omgeving waarin we werken. Volgens Malve-Ahlroth zijn er veel oplossingen voor handen. Wandeloverleggen, buiten werken, groene pauzes, natuurlijke werkplekken… De uitdaging zit volgens haar ergens anders: hoe maak je dit onderdeel van de dagelijkse praktijk en van de structuur en cultuur van organisaties? Daar ligt ook een verantwoordelijkheid voor werkgevers.

Bottom-up verandering

Het Finse programma is niet ontstaan vanuit een regeringsbesluit. Het initiatief kwam van onderzoekers, kennisinstituten, zorgorganisaties, patiëntenorganisaties en andere maatschappelijke partijen die dezelfde wetenschappelijke inzichten zagen en vonden dat die meer aandacht verdienden. Inmiddels werken tientallen organisaties samen, waaronder het Finse Instituut voor Gezondheid en Welzijn, het Finse Instituut voor Arbeidsgezondheid, het Finse Milieu-instituut, de Vereniging van Finse Steden en Gemeenten, zorgverleners en Parks & Wildlife Finland.

Systeemverandering begint niet bij één organisatie of beleidsdomein, maar bij partijen die bereid zijn over hun eigen grenzen heen samen te werken.

Wat kunnen wij van de Finnen leren?

De belangrijkste les uit Finland gaat misschien niet eens over natuur, maar over de manier waarop we naar gezondheid kijken. In Nederland verdelen we gezondheid vaak over verschillende domeinen. Natuur valt onder natuurbeleid, bewegen onder sport, mentale gezondheid onder de GGZ en hittestress onder klimaatadaptatie. Het Health from Nature-programma probeert die werelden juist met elkaar te verbinden.

Niet door natuur als oplossing voor alles te presenteren, maar door een andere vraag te stellen. Niet: hoe krijgen we mensen zover dat ze gezonder gaan leven? Maar: hoe richten we onze samenleving zo in dat gezonde keuzes vanzelfsprekender worden? Dat vraagt om groene schoolpleinen, om buurten waar natuur dichtbij is en om zorginstellingen die bewoners naar de buitenlucht brengen. Maar ook om werkgevers die ruimte maken voor herstel tijdens de werkdag en om beleidsmakers die gezondheid meewegen in ruimtelijke keuzes.

De Finnen zijn nog maar net begonnen. Het programma loopt tot 2035 en veel van de ambities moeten zich in de praktijk nog bewijzen. Maar de onderliggende gedachte is relevant voor elk land dat worstelt met stijgende zorgkosten, mentale gezondheidsproblemen en een vergrijzende bevolking: gezondheid ontstaat niet in de eerste plaats in het zorgstelsel, maar in de omgeving waarin mensen elke dag wonen, leren, werken en leven.

 


 

Nature: Finland’s route to better health

In the Netherlands, we have been talking about prevention, healthy lifestyles and rising healthcare costs for years. Yet we still tend to approach health mainly through the healthcare system. We invest in health primarily when people are already experiencing problems. Finland is taking a different route, with nature playing a central role. We spoke with Marja Järvenpää (Sitra, the Finnish Innovation Fund) and Sara Malve-Ahlroth (Finnish Institute of Occupational Health) about how nature can become a structural part of health, healthcare, work and the living environment.

Mensen maken op allerlei manieren gebruik van een mooi bospark

This year, a group of Finnish organisations launched the ten-year Health from Nature programme. According to its initiators, it is the first national programme in the world to explicitly position nature as part of public health.

The health benefits of nature remain underused

Like the Netherlands, Finland is facing a growing number of people struggling with mental health problems, while the population is ageing and pressure on the healthcare system continues to increase. Other challenges, such as obesity and physical inactivity, also cost society billions of euros each year. According to Järvenpää, this is why it is time to look at health differently.

“People were already aware of the health benefits of nature and that they are not utilised that much. Of course, many of us take advantage of nature’s health benefits in our everyday lives, but if you look at the structures of society, like the healthcare system or land use planning, you can hardly see them there.”
– Marja Järvenpää

That is precisely what people and organisations behind the Health from Nature programme want to change.

Scientific evidence as a foundation

The Health from Nature programme builds on years of scientific research into the relationship between nature and health. Studies show that access to nature reduces stress, may help protect against depression, encourages physical activity and is associated with a lower risk of obesity and type 2 diabetes. There are also indications that regular exposure to natural microbes can support the immune system. Nature may even help reduce symptoms among older adults experiencing memory problems.

If the health benefits of nature are so compelling, why are they still so rarely reflected in policy and practice? That question first led to a research report on the health and economic value of nature and later to the national Health from Nature programme.

Making nature a natural part of everyday life

Perhaps the most interesting aspect of the Finnish approach is that responsibility is not placed primarily on individuals. Many public health strategies focus on behaviour change. People are expected to eat healthier, exercise more and spend more time outdoors. The Finnish programme deliberately takes a different approach. During our conversation, Järvenpää put it this way:

“People should be exposed to nature’s positive health effects without even noticing it.” – Marja Järvenpää

The question, then, is how we design schools, neighbourhoods, workplaces and care facilities in ways that make contact with nature a natural part of everyday life.

One painful example of how things often work today can be found in the yards of daycare centres and schools. According to Järvenpää, school yards are often covered by asphalt and there are many daycare centres and playgrounds with rubber-covered yards. Yet research increasingly shows that growing up in a greener environment is associated with better mental health later in life. If we know nature is good for children, why do we so often design their daily environment without it?

The same applies to the places where we work. According to Malve-Ahlroth, there is no shortage of solutions. Walking meetings, outdoor working, green breaks and nature-rich workplaces already exist. The real challenge lies elsewhere: how do we make these practices part of everyday routines and organisational culture? That is where employers have an important role to play.

Bottom-up change

The Finnish programme did not emerge from a government decree. It was initiated by researchers, research institutes, patient and healthcare associations, and other societal actors who recognised the same scientific evidence and believed it deserved greater attention. Today, multiple organisations are involved, including the Finnish Institute for Health and Welfare, the Finnish Institute of Occupational Health, the Finnish Environment Institute, the Association of Finnish Cities and Municipalities, healthcare providers, as well as Parks & Wildlife Finland.

Systemic change does not start with a single organisation or policy domain. It starts when different actors are willing to look beyond their own boundaries and work together.

What can we learn from the Finns?

The most important lesson from Finland may not even be about nature. It may be about the way we think about health. In the Netherlands, health is often divided into separate policy domains. Nature belongs to environmental policy, physical activity to sport, mental health to healthcare and heat stress to climate adaptation. Health from Nature programme is trying to connect those worlds.

Not by presenting nature as a solution to everything, but by asking a different question. Instead of asking how we can persuade people to live healthier lives, the Finns ask: how can we organise society in ways that make healthy choices easier and more natural? That means greener schoolyards, neighbourhoods with easy access to nature and care facilities that encourage residents to spend more time outdoors. It also means employers creating opportunities for recovery during the working day and policymakers taking health into account when making spatial planning decisions.

The Finns have only just begun. The programme runs until 2035 and many of its ambitions still need to prove themselves in practice. Yet the underlying idea is relevant for any country struggling with rising healthcare costs, mental health challenges and an ageing population: health does not primarily originate within the healthcare system. It is shaped by the environments in which people live, learn, work and grow older every day.



11 June 2026: Outdoor Office Day
Our conversation with the Finnish experts was made possible by Ioana Biris of Nature Desks, founder of Outdoor Office Day. She sees many connections between the Finnish approach and the international movement that promotes greater contact with nature during the working day. The goal is not simply to encourage people to work outdoors for one day each year. Rather, it is to inspire organisations to reflect on a fundamental question: how can nature, movement and recovery become a more natural part of everyday working life? More information: Outdoor Office Day

Nature Workdays / Luontotyöpäivä
Also take a look at the website of Meijän Polku, who have been dedicated to the well-being of people for over 30 years, based on nature, movement, rest, and community. Among other things, with their own Outdoor Office Day.

11 juni 2026: Outdoor Office Day

Het gesprek met de Finnen kwam tot stand dankzij Ioana Biris van Nature Desks, initiatiefnemer van Outdoor Office Day. Zij ziet veel raakvlakken tussen de Finse aanpak en de internationale beweging die zich inzet voor meer natuur tijdens de werkdag. Het doel ervan is niet om mensen één dag per jaar buiten te laten werken, maar om organisaties te laten nadenken over een fundamentele vraag: hoe kunnen natuur, beweging en herstel een vanzelfsprekender onderdeel worden van de werkdag? Meer informatie over Outdoor Office Day

Natuurwerkdagen / Luontotyöpäivä

Kijk ook eens op de website van Meijän Polku, die zich al meer dan 30 jaar inzetten voor het welzijn van mensen met als uitgangspunten natuur, beweging, rust  en gemeenschap. Onder andere met hun eigen Outdoor Office Day.


Netwerkadviseur groen
Netwerkadviseur Groen

Terug

Feestbeleid op school: geen snoep, wel álle aandacht

29 mei 2026

Joas wordt vandaag zes jaar. Dat is te zien aan de zelf geknutselde muts op zijn hoofd, versierd met dinostickers. De juf vraagt de klas om stil te zijn, dan mag Joas naar voren komen. Hij kiest hoe zijn taart op het digibord eruit ziet, welk liedje de klas zingt, wie er naast hem op tafel mag staan en welke muziek er daarna gedraaid wordt. Het wordt ´Politiekonijntje´ uit de film Zootropolis. De hele klas danst de polonaise. Joas staat op tafel met knalrode wangen.

schoolklas buitenspelen

Jarige Joas trakteert de klas op buiten verstoppertje spelen.

Tot slot mag hij de klas op een activiteit trakteren. Hij roept hard: verstoppertje! Buiten! De klas speelt drie potjes. Geen snoepzak, geen goodiebag, wel tien minuten buiten spelen, omdat de jarige dat het liefste wil. Dit is hoe een verjaardag er uit ziet op KC De Haven in Loosdrecht.

De school viert al anderhalf jaar verjaardagen zonder traktatie met snoep of koek. In plaats daarvan staat het jarige kind centraal: met keuzes, aandacht en een activiteit voor de hele klas. Een bezoek aan de school leert dat het nieuwe feestbeleid niet zonder slag of stoot is ingevoerd, maar inmiddels gewoon de standaard is.

Het besluit

Het initiatief kwam van directeur Albertine Minnigh. Toen KC De Haven anderhalf jaar geleden ontstond uit een fusie van twee scholen, zag zij de kans om een frisse start te maken. “Ik hou gewoon niet van die ratrace: groter, groter, grootst en meer, meer, het meest. Het gaat om het kind, het gaat om aandacht. Gelijkwaardigheid speelt daar ook in mee.  Ouders die het minste te besteden hadden kwamen vaak met de grootste traktaties. Ze wilden niet naar buiten treden met armoede.” Ze legde het voorstel van het nieuwe feestbeleid bij het team neer en het werd geaccepteerd. Met de kennis van nu zou ze het proces wel wat anders aanpakken: “Ik zou meer gesprekken hebben gevoerd met kinderen en ouders. Dat had het beleid niet veranderd, maar dan hadden ze de keuze misschien gelijk beter begrepen.”

Ouders die het minste te besteden hadden kwamen vaak met de grootste traktaties. Ze wilden niet naar buiten treden met armoede.

De leerkracht: wennen, maar wel blij

Leerkracht Mendel (groep 1) werkt al veertig jaar in het onderwijs. Het nieuwe beleid lost voor haar als leerkracht ook dingen op: “Er waren altijd een paar kinderen die met niets kwamen op hun verjaardag, dan moest je toch wat improviseren, nu is het gewoon duidelijk wat we doen”. Ze heeft er begrip voor dat sommige ouders het jammer vinden. Ouders nodigt ze allemaal uit om de verjaardag van hun kind samen in de klas te vieren. En dan ziet ze dat ook ouders vooral heel blij zijn met de aandacht die er voor hun kind is. Want de verjaardag wordt uitgebreid gevierd: met een versierde troon, zelfgemaakte feesthoed, vijf liedjes en een keuze uit activiteiten. “Dat de kinderen meer zelf kiezen is er echt aan toegevoegd. Ik kan zeggen, het is echt leuk om vijf te worden hier.”

De jarige Joas

De leerlingen: dubbel gevoel

Joes (groep 5) en Sam (groep 6) zijn eerlijk: ze missen de snoeptraktatie soms, maar ze begrijpen het ook wel. “Er werd super vaak achter elkaar hetzelfde getrakteerd. Dan moest je ook tegen diegene zeggen die heel blij is: ik heb geen zin om dit te eten. En dat is dan ook zielig.” zegt Sam. Joes vult aan: “Of je stopte het snel in je tas en gaf het aan je zus.” Hoewel ze natuurlijk van snoepen houden waarderen ze de spelletjes die ervoor in de plaats zijn gekomen wel. Hun advies aan andere scholen: “Gewoon niet over nadenken. Denk: ik mag een spelletje kiezen, dat is gezonder en dat is ook echt leuk.”

Of je stopte het snel in je tas en gaf het aan je zus.

De ouders: positief, met een kanttekening

Moeder Frederika ziet vooral voordelen. “Ik hoef niet meer na te denken over een traktatie in een week waarin ik toch al druk ben met een partijtje en cadeaus. Ik vind het wel belangrijk dat het wel gevierd wordt in de klas. Maar ik denk dat het vooral traditie is, dat je denkt dat trakteren daarbij hoort. Maar dat hoeft misschien helemaal niet zo te zijn. Dus dat is ook een beetje een mindswitch die je dan maakt. Dat vieren kan ook op een andere manier dan met cadeautjes uitdelen in de klas of zoetigheid eten.” Moeder Bourcu sluit zich daarbij aan en heeft ook een tip voor scholen die de stap willen zetten: “Gewoon die pleister eraf trekken. En er ook echt een moment van maken. Niet alleen een hiep hoi hoera, maar neem een voorbeeld aan hoe ze het hier doen. Met veel aandacht en plezier echt feest vieren.

De opa’s: laat kinderen toch gewoon kinderen zijn

Niet iedereen is overtuigd. Twee opa’s die hun kleinkinderen ophalen, uiten hun twijfels openlijk. “Een verjaardag moet gewoon gevierd worden. Laat een kind nou lekker een kind zijn, wat is er dan mis aan?” zegt een van hen. De ander pleit voor een middenweg: “Ik zou eerder zeggen: stel paal en perk aan wát je uitdeelt. Maar laat die kinderen uitdelen.”

Intussen zijn de kinderen van groep 2/3 weer binnen. De klas start met rekenen en Joas zit weer op zijn stoel, nog steeds met de dinostickermuts op.  Leerkracht Anne-Fleur “Ze hebben hier in de klas nooit het idee dat ze minder jarig zijn nu ze niet meer met snoep kunnen trakteren. Er is ook helemaal geen onderlinge strijd meer. Iedereen heeft eenzelfde verjaardag. Het gaat uiteindelijk om aandacht, en daar genieten uiteindelijk alle kinderen van.

De school is uit, Joas verheugt zich op zijn verjaardagsfeestje met vriendjes: schatzoeken in een kasteel in de buurt. Met taart!


Merel Steinweg schreef het artikel in opdracht van de Alliantie Kinderarmoede. Ze sprak met directeur Albertine Minnigh – van Waes, leerkracht Mendel, leerlingen Joas en Sam, moeders Frederika en Bourcu en twee opa’s.

Netwerkadviseur onderwijs

Van traktatiebeleid naar feestbeleid

Lees meer over hoe je dit aanpakt.

Contact of meer informatie?

Mail Wilfred van Alles is Gezondheid of met Karen van het Voedingscentrum.

Terug

Jongeren, gezondheid en prestaties: kijk naar het geheel

20 april 2026

Tim Huijts by Tetsuro Miyazaki

Vijf jaar geleden sprak Alles is Gezondheid met hoogleraar Mark Levels over de wisselwerking tussen gezondheid, onderwijs en werk. De kern: wie zich goed voelt, presteert beter. En een betere opleiding hangt samen met een betere gezondheid. In een vervolggesprek met hoogleraar Tim Huijts (ROA, Universiteit Maastricht) blijkt dat dit beeld nog steeds klopt, maar ook onvolledig is. Nieuw is vooral de verschuiving in denken: van losse factoren en interventies naar een integrale aanpak waarin onderwijs, gezondheid en omgeving onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.

Een complex web van samenhang

Gezondheid en prestaties beïnvloeden elkaar, maar niet op een eenvoudige manier. “We denken minder in termen van oorzaak-gevolg en zien meer een complex web van samenhang”, zegt Huijts. Voor de ene leerling gaan gezondheid en prestaties hand in hand, terwijl een ander goed presteert, maar zich slecht voelt. Waardoor komen die verschillen? “Dat zit hem vaak in omstandigheden: thuis, op school en in persoonlijke kenmerken zoals veerkracht of stressgevoeligheid”, aldus Huijts. Hoeveel steun en stabiliteit ervaart een kind thuis? Hoe wordt er omgegaan met verwachtingen en druk? Hoe veilig voelt een leerling zich op school? Hoeveel ruimte is er voor persoonlijke ontwikkeling? Hoeveel aandacht voor neurodiversiteit?

Juist de combinatie van factoren maakt dat dezelfde omstandigheden voor de ene leerling heel anders uitpakken dan voor de andere. Het verklaart ook waarom er geen eenduidige oplossing is.

“Wie gezondheid, welbevinden en prestaties wil verbeteren, moet kijken naar het geheel.”

Van individuele last naar gezamenlijke opgave

Die complexiteit vraagt om een andere manier van werken van wetenschappers. Onderzoek vindt steeds minder op afstand plaats en steeds vaker samen met de praktijk. “De tijd dat wij in onze ivoren toren zitten en af en toe wat resultaten uit het raam gooien, is echt wel voorbij”, zegt Huijts. In plaats daarvan worden scholen, docenten én leerlingen al vanaf het begin betrokken bij de onderzoeksopzet. Dat leidt tot andere (betere) vragen en ook tot andere conclusies en oplossingen.

Een voorbeeld van zo’n oplossing is de ontwikkeling van ‘coregulerend leren’. In plaats van alleen te focussen op het zelfregulerend vermogen van de leerling, worden docenten en ouders gezien als actieve partners die zelf ook voortdurend bijleren. De centrale vraag daarbij is: hoe pakken we dit samen aan? Het doel is om een systeem te bouwen waarin iedereen leert van de activiteiten waar ze mee bezig zijn. En ervoor te zorgen dat de ontwikkeling van alle betrokkenen in beweging blijft.

Minder toekomstperspectief, minder motivatie

Uit gesprekken met jongeren is een nieuw inzicht naar voren gekomen: toekomstperspectief is een belangrijke voorwaarde voor welbevinden. En of ze het gevoel hebben dat ze er zelf invloed op hebben. Deze factor bleef eerder onderbelicht. Jongeren denken na over werk, wonen en stabiliteit, maar ook over grotere, abstractere vragen: wie ben ik, waar ga ik naartoe? De eventuele onzekerheid die daarbij komt kijken, werkt direct door in hun gedrag op school en dus ook in hun prestaties.

“Als je geen vertrouwen hebt in de toekomst, wat doen die toetsen er dan toe?”

Toekomstperspectief is een concrete factor die bepaalt of jongeren zich inzetten, gemotiveerd blijven en zich ontwikkelen.

Mentale gezondheid onder druk

De verminderde mentale gezondheid van jongeren staat de laatste jaren sterk in de aandacht en wordt vaak in verband gebracht met de coronapandemie. Volgens Tim Huijts ligt dat genuanceerder: “Uit ons onderzoek blijkt dat de coronapandemie niet zozeer dé oorzaak was van de verslechtering van het welbevinden van jongeren, maar dat het wel een bestaande neerwaartse trend versneld heeft.”

Tegelijkertijd heeft de pandemie wel degelijk iets veranderd in de sociale dynamiek op school. Klassen werden een soort snelkookpan waarin onderlinge verhoudingen en sociale hiërarchieën na de lockdowns ineens scherp zichtbaar werden. De veelbesproken sociale media versterken die dynamiek, maar zijn volgens Huijts zeker niet de enige factor.

Wat vooral opvalt, is dat prestatiedruk steeds jonger begint. Waar dit vroeger pas echt begon te spelen op de middelbare school, zien onderzoekers dit nu al volop in het basisonderwijs. “Kinderen zijn vanaf groep 4 of 5 al bezig met toetsen en wat de resultaten ervan betekenen voor hun toekomst.” Die druk komt ook nog eens van verschillende kanten tegelijk: school, ouders en sociale omgeving.

Holistische aanpak nodig

In de praktijk wordt vaak gezocht naar concrete verbetermaatregelen, zoals smartphonebeleid. Maar volgens Huijts zijn zulke op zichzelf staande oplossingen onvoldoende. “We zien in onderzoek eigenlijk weinig verschil”, zegt hij over scholen die telefoons wel of niet toestaan in pauzes. Dat betekent niet dat het beleid helemaal geen zin heeft, maar wel dat het breder moet worden aangepakt. Een effectieve aanpak om het welbevinden van jongeren te vergroten, houdt rekening met het geheel van factoren: sociale relaties, prestatiedruk, toekomstperspectief en de omgeving waarin zij opgroeien en leren.

“Onderzoek laat zien dat het niet alleen gaat om wát je doet, maar vooral om hóe je het doet.”

Betrokkenheid van ouders blijkt daarbij zeer belangrijk. Wanneer zij meedenken en mede-eigenaar worden van schoolbeleid, ontstaat er meer draagvlak en minder weerstand.

Samen bouwen aan perspectief

De rode draad in het verhaal van Huijts is dat losse interventies niet voldoende zijn. Het gaat om samenhang, samenwerking en het versterken van het gevoel van regie bij jongeren. Huijts wil met zijn onderzoek bijdragen aan concrete handvatten voor scholen, ouders en leerlingen. “Ik wil echt weten hoe we kunnen ingrijpen in de relatie tussen welbevinden en schoolprestaties”, zegt hij.

“Hoe zorgen we ervoor dat goede prestaties samengaan met kinderen die gelukkig zijn en positief naar de toekomst kijken?”

Die vraag raakt aan een bredere beweging waarin onderwijs, gezondheid en samenleving steeds meer samenkomen.

Voor partners binnen Alles is Gezondheid ligt daar een duidelijke uitnodiging: blijf experimenteren, werk samen en deel wat werkt. Juist in verbinding ontstaat ruimte om de neerwaartse spiraal te doorbreken en jongeren meer perspectief te geven.

 


Tim Huijts is hoogleraar Positive Health at Work en verbonden aan het ROA (Research Centre for Education and the Labour Market) van de Universiteit Maastricht. In zijn onderzoek binnen deze leerstoel – mede gefinancierd door CAOP, waar Alles is Gezondheid onderdeel van is – richt hij zich onder meer op de complexe wisselwerking tussen gezondheid, welbevinden en onderwijsprestaties.

Netwerkadviseur onderwijs

Netwerkadviseur (Mentale) Gezondheid & Zorg

Terug

‘We kunnen ons hier niet uit-yogaën’

Jeroen Kemperman

Organisaties investeren massaal in vitaliteitsprogramma’s, coaching en mindfulness. Toch daalt het ziekteverzuim niet en ervaren veel mensen stress op het werk. Volgens Jeroen Kemperman ligt het probleem niet bij de inzet, maar bij de aanpak. Hij houdt zich als Senior Manager Strategy, Business Development en Duurzaamheid bij Zilveren Kruis (Achmea) al jaren bezig met de vraag hoe gezondheid ontstaat en wat organisaties daarin kunnen betekenen. Tijdens het Landelijke Congres Mentale Gezondheid van Missie Mentaal op 4 juni gaat hij hierover in gesprek. Zijn belangrijkste inzicht: als we (mentale) gezondheid echt willen verbeteren, moeten we anders kijken naar werk. Want werk kan mensen uitputten, maar juist óók versterken.

Van gezondheid naar wellbeing

Als we het over gezondheid hebben, denken we vaak aan zorg of aan leefstijl: voeding, beweging, slaap en ontspanning. Maar volgens Kemperman is dat maar een deel van het verhaal. De omgeving en context bepalen in hoge mate hoeveel ruimte mensen ervaren om gezond te leven. Daarom gebruikt hij liever de bredere term wellbeing. Die gaat over fysieke en mentale gezondheid, maar ook over de omstandigheden waarin mensen leven en werken.

Naast gezondheid, spelen nog twee andere factoren een grote rol bij wellbeing: bestaanszekerheid en floreren. Denk bij bestaanszekerheid aan autonomie, psychologische veiligheid en financiële zekerheid. “Als die basis ontbreekt, lekt er veel energie weg en wordt het moeilijker om gezonde keuzes te maken”, zegt Kemperman.

“Bestaanszekerheid vormt het fundament om te kunnen werken aan je gezondheid.”


Floreren gaat over je kunnen ontwikkelen, iets doen wat betekenis heeft en je verbonden voelen met anderen. Het zit niet alleen in grote, abstracte doelen, maar juist ook in het dagelijks werk: ergens beter in worden, gezien worden in wat je doet en ervaren dat jouw bijdrage ertoe doet.

De combinatie van factoren bepaalt uiteindelijk hoe mensen zich voelen, hoe ze functioneren en hoeveel energie ze hebben. “Als je bestaanszekerheid en gezondheid op orde hebt, maar het werk is niet interessant en zinvol en je hebt geen fijne collega’s, dan zijn mensen minder productief dan ze zouden kunnen zijn.”

Van losse interventies naar anders organiseren

Veel organisaties proberen gezondheid te verbeteren met goedbedoelde, maar losse interventies. Denk aan coaching, mindfulness of sportprogramma’s zoals bedrijfsfitness en bedrijfsyoga. Maar daarmee lossen ze het onderliggende probleem niet op. Bovendien bereik je met zulke interventies vooral mensen die hier al mee bezig zijn. Juist de groep die het meest gebaat is bij verbetering, wordt vaak niet bereikt. Door werk anders in te richten, bereik je wel iedereen.

“Als je mensen overdag continu onder druk zet en vooral op productiviteit stuurt, is stress het logische gevolg. Dat kun je achteraf niet zomaar wegpoetsen.”

Het probleem zit volgens Kemperman in hoe werk is ingericht: werkdruk, roosters, autonomie, samenwerking en de manier waarop leiding wordt gegeven. Dáár wordt gezondheid gemaakt of juist ondermijnd. Zolang die basis niet klopt, blijft elke interventie een pleister op de wond.

Daar ligt tegelijk ook de grootste kans. Werkgevers zouden zich bijvoorbeeld moeten afvragen: krijgen medewerkers de ruimte om zich te ontwikkelen? Voelen ze zich gezien en ervaren ze verbinding met collega’s? Juist daar ontstaat het verschil tussen functioneren en floreren.

Werk als bron van gezondheid

Werk hoeft helemaal niet slecht te zijn voor je gezondheid. Sterker nog: werk kan juist een belangrijke positieve rol spelen. “Mensen die werken, gaan bijvoorbeeld gemiddeld maar half zo vaak naar de huisarts ten opzichte van mensen die niet werken”, zegt Kemperman. Dat is geen bewijs dat werk per definitie gezond maakt, maar wel een aanwijzing dat werk – mits goed ingericht – een positieve rol kan spelen. Werk biedt immers structuur, sociale contacten en een gevoel van betekenis.

Hoofd en hart verbinden

In veel organisaties wordt gestuurd op cijfers, KPI’s en protocollen. Tegelijk voelen veel leidinggevenden intuïtief wel aan wat goed is voor mensen. “Ik denk dat de meeste werkgevers vanuit hun hart wel willen dat de mensen die voor hen werken plezier hebben in hun werk”, zegt Kemperman. De uitdaging is om dat gevoel (hart) te verbinden met de manier waarop ze sturen en besluiten nemen (hoofd).

“Als je stuurt op productiviteit, verlaag je wellbeing. Maar als je stuurt op wellbeing, verhoog je productiviteit.”


Door wellbeing ook te meten en door te rekenen naar effecten op productiviteit, verzuim en verloop, wordt inzichtelijk wat het oplevert. Zilveren Kruis heeft voor het boek ‘Wellbeing in Business’ samen met de Erasmus Universiteit een impactmodel ontwikkeld. Daarmee kan voor de eigen organisatie worden berekend wat een betere score op verschillende wellbeing-domeinen oplevert. ”De echte waarde zit voor gemiddeld 80 procent in hogere productiviteit. Hiermee verschuift gezondheid en welbevinden van een goedbedoeld HR-thema naar een strategisch vraagstuk voor de hele organisatie”, vertelt Kemperman. Relatief kleine aanpassingen kunnen daarbij al grote impact hebben. Bijvoorbeeld meer autonomie in werktijden, wandelend overleggen of routinematige werkprocessen uitbesteden aan AI.

Kantelpunt

Volgens Kemperman staan we als samenleving op een kantelpunt. Klanten of kapitaal zijn niet langer het meest schaars, maar mensen. Dat vraagt om een andere manier van organiseren en sturen. “Organisaties die blijven drukken op productiviteit zonder oog voor wellbeing, komen in een neerwaartse spiraal terecht. Wie inzet op wellbeing, ziet juist het tegenovergestelde effect.”

Die verschuiving stopt niet bij de organisatie zelf. Want werk is maar één van de plekken in ons dagelijks leven waar gezondheid kan ontstaan. Daarom is samenwerking tussen organisaties, overheden en andere domeinen nodig om echt verschil te maken.

Tijdens het Landelijke Congres Mentale Gezondheid van Missie Mentaal op 4 juni gaat het precies hierover. Hoe overbruggen we de kloof tussen hoofd en hart, tussen systeem en mens, tussen werk en gezondheid? En vooral: wat kunnen we morgen anders doen?

Kom je ook?

 


Jeroen Kemperman schreef samen met Dilia Leitner, Nisha Alberts en Mirande Groener het boek ‘Wellbeing in business’, waarin ze beschrijven hoe organisaties werk mensgericht kunnen organiseren, met veel meer aandacht voor gezondheid, bestaanszekerheid en floreren.

Van links naar rechts Dilia Leitner, Nisha Alberts, Jeroen Kemperman en Mirande Groener - auteurs van Wellbeing in Business

Van links naar rechts: Dilia Leitner, Nisha Alberts, Jeroen Kemperman en Mirande Groener – auteurs van Wellbeing in Business.

4 juni: Landelijk Congres Mentale Gezondheid

We verkennen en bestendigen de overbruggingen die nodig zijn voor een mentaal veerkrachtiger Nederland. Dit doen we onder meer via ontmoeting, sprekende voorbeelden en verbinding. Kom ook naar dit congres van Missie Mentaal!


Netwerkadviseur (Mentale) Gezondheid & Zorg