Terug

Jongeren, gezondheid en prestaties: kijk naar het geheel

20 april 2026

Tim Huijts by Tetsuro Miyazaki

Vijf jaar geleden sprak Alles is Gezondheid met hoogleraar Mark Levels over de wisselwerking tussen gezondheid, onderwijs en werk. De kern: wie zich goed voelt, presteert beter. En een betere opleiding hangt samen met een betere gezondheid. In een vervolggesprek met hoogleraar Tim Huijts (ROA, Universiteit Maastricht) blijkt dat dit beeld nog steeds klopt, maar ook onvolledig is. Nieuw is vooral de verschuiving in denken: van losse factoren en interventies naar een integrale aanpak waarin onderwijs, gezondheid en omgeving onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.

Een complex web van samenhang

Gezondheid en prestaties beïnvloeden elkaar, maar niet op een eenvoudige manier. “We denken minder in termen van oorzaak-gevolg en zien meer een complex web van samenhang”, zegt Huijts. Voor de ene leerling gaan gezondheid en prestaties hand in hand, terwijl een ander goed presteert, maar zich slecht voelt. Waardoor komen die verschillen? “Dat zit hem vaak in omstandigheden: thuis, op school en in persoonlijke kenmerken zoals veerkracht of stressgevoeligheid”, aldus Huijts. Hoeveel steun en stabiliteit ervaart een kind thuis? Hoe wordt er omgegaan met verwachtingen en druk? Hoe veilig voelt een leerling zich op school? Hoeveel ruimte is er voor persoonlijke ontwikkeling? Hoeveel aandacht voor neurodiversiteit?

Juist de combinatie van factoren maakt dat dezelfde omstandigheden voor de ene leerling heel anders uitpakken dan voor de andere. Het verklaart ook waarom er geen eenduidige oplossing is.

“Wie gezondheid, welbevinden en prestaties wil verbeteren, moet kijken naar het geheel.”

Van individuele last naar gezamenlijke opgave

Die complexiteit vraagt om een andere manier van werken van wetenschappers. Onderzoek vindt steeds minder op afstand plaats en steeds vaker samen met de praktijk. “De tijd dat wij in onze ivoren toren zitten en af en toe wat resultaten uit het raam gooien, is echt wel voorbij”, zegt Huijts. In plaats daarvan worden scholen, docenten én leerlingen al vanaf het begin betrokken bij de onderzoeksopzet. Dat leidt tot andere (betere) vragen en ook tot andere conclusies en oplossingen.

Een voorbeeld van zo’n oplossing is de ontwikkeling van ‘coregulerend leren’. In plaats van alleen te focussen op het zelfregulerend vermogen van de leerling, worden docenten en ouders gezien als actieve partners die zelf ook voortdurend bijleren. De centrale vraag daarbij is: hoe pakken we dit samen aan? Het doel is om een systeem te bouwen waarin iedereen leert van de activiteiten waar ze mee bezig zijn. En ervoor te zorgen dat de ontwikkeling van alle betrokkenen in beweging blijft.

Minder toekomstperspectief, minder motivatie

Uit gesprekken met jongeren is een nieuw inzicht naar voren gekomen: toekomstperspectief is een belangrijke voorwaarde voor welbevinden. En of ze het gevoel hebben dat ze er zelf invloed op hebben. Deze factor bleef eerder onderbelicht. Jongeren denken na over werk, wonen en stabiliteit, maar ook over grotere, abstractere vragen: wie ben ik, waar ga ik naartoe? De eventuele onzekerheid die daarbij komt kijken, werkt direct door in hun gedrag op school en dus ook in hun prestaties.

“Als je geen vertrouwen hebt in de toekomst, wat doen die toetsen er dan toe?”

Toekomstperspectief is een concrete factor die bepaalt of jongeren zich inzetten, gemotiveerd blijven en zich ontwikkelen.

Mentale gezondheid onder druk

De verminderde mentale gezondheid van jongeren staat de laatste jaren sterk in de aandacht en wordt vaak in verband gebracht met de coronapandemie. Volgens Tim Huijts ligt dat genuanceerder: “Uit ons onderzoek blijkt dat de coronapandemie niet zozeer dé oorzaak was van de verslechtering van het welbevinden van jongeren, maar dat het wel een bestaande neerwaartse trend versneld heeft.”

Tegelijkertijd heeft de pandemie wel degelijk iets veranderd in de sociale dynamiek op school. Klassen werden een soort snelkookpan waarin onderlinge verhoudingen en sociale hiërarchieën na de lockdowns ineens scherp zichtbaar werden. De veelbesproken sociale media versterken die dynamiek, maar zijn volgens Huijts zeker niet de enige factor.

Wat vooral opvalt, is dat prestatiedruk steeds jonger begint. Waar dit vroeger pas echt begon te spelen op de middelbare school, zien onderzoekers dit nu al volop in het basisonderwijs. “Kinderen zijn vanaf groep 4 of 5 al bezig met toetsen en wat de resultaten ervan betekenen voor hun toekomst.” Die druk komt ook nog eens van verschillende kanten tegelijk: school, ouders en sociale omgeving.

Holistische aanpak nodig

In de praktijk wordt vaak gezocht naar concrete verbetermaatregelen, zoals smartphonebeleid. Maar volgens Huijts zijn zulke op zichzelf staande oplossingen onvoldoende. “We zien in onderzoek eigenlijk weinig verschil”, zegt hij over scholen die telefoons wel of niet toestaan in pauzes. Dat betekent niet dat het beleid helemaal geen zin heeft, maar wel dat het breder moet worden aangepakt. Een effectieve aanpak om het welbevinden van jongeren te vergroten, houdt rekening met het geheel van factoren: sociale relaties, prestatiedruk, toekomstperspectief en de omgeving waarin zij opgroeien en leren.

“Onderzoek laat zien dat het niet alleen gaat om wát je doet, maar vooral om hóe je het doet.”

Betrokkenheid van ouders blijkt daarbij zeer belangrijk. Wanneer zij meedenken en mede-eigenaar worden van schoolbeleid, ontstaat er meer draagvlak en minder weerstand.

Samen bouwen aan perspectief

De rode draad in het verhaal van Huijts is dat losse interventies niet voldoende zijn. Het gaat om samenhang, samenwerking en het versterken van het gevoel van regie bij jongeren. Huijts wil met zijn onderzoek bijdragen aan concrete handvatten voor scholen, ouders en leerlingen. “Ik wil echt weten hoe we kunnen ingrijpen in de relatie tussen welbevinden en schoolprestaties”, zegt hij.

“Hoe zorgen we ervoor dat goede prestaties samengaan met kinderen die gelukkig zijn en positief naar de toekomst kijken?”

Die vraag raakt aan een bredere beweging waarin onderwijs, gezondheid en samenleving steeds meer samenkomen.

Voor partners binnen Alles is Gezondheid ligt daar een duidelijke uitnodiging: blijf experimenteren, werk samen en deel wat werkt. Juist in verbinding ontstaat ruimte om de neerwaartse spiraal te doorbreken en jongeren meer perspectief te geven.

 


Tim Huijts is hoogleraar Positive Health at Work en verbonden aan het ROA (Research Centre for Education and the Labour Market) van de Universiteit Maastricht. In zijn onderzoek binnen deze leerstoel – mede gefinancierd door CAOP, waar Alles is Gezondheid onderdeel van is – richt hij zich onder meer op de complexe wisselwerking tussen gezondheid, welbevinden en onderwijsprestaties.

Netwerkadviseur onderwijs

Netwerkadviseur (Mentale) Gezondheid & Zorg

Terug

‘We kunnen ons hier niet uit-yogaën’

Jeroen Kemperman

Organisaties investeren massaal in vitaliteitsprogramma’s, coaching en mindfulness. Toch daalt het ziekteverzuim niet en ervaren veel mensen stress op het werk. Volgens Jeroen Kemperman ligt het probleem niet bij de inzet, maar bij de aanpak. Hij houdt zich als Senior Manager Strategy, Business Development en Duurzaamheid bij Zilveren Kruis (Achmea) al jaren bezig met de vraag hoe gezondheid ontstaat en wat organisaties daarin kunnen betekenen. Tijdens het Landelijke Congres Mentale Gezondheid van Missie Mentaal op 4 juni gaat hij hierover in gesprek. Zijn belangrijkste inzicht: als we (mentale) gezondheid echt willen verbeteren, moeten we anders kijken naar werk. Want werk kan mensen uitputten, maar juist óók versterken.

Van gezondheid naar wellbeing

Als we het over gezondheid hebben, denken we vaak aan zorg of aan leefstijl: voeding, beweging, slaap en ontspanning. Maar volgens Kemperman is dat maar een deel van het verhaal. De omgeving en context bepalen in hoge mate hoeveel ruimte mensen ervaren om gezond te leven. Daarom gebruikt hij liever de bredere term wellbeing. Die gaat over fysieke en mentale gezondheid, maar ook over de omstandigheden waarin mensen leven en werken.

Naast gezondheid, spelen nog twee andere factoren een grote rol bij wellbeing: bestaanszekerheid en floreren. Denk bij bestaanszekerheid aan autonomie, psychologische veiligheid en financiële zekerheid. “Als die basis ontbreekt, lekt er veel energie weg en wordt het moeilijker om gezonde keuzes te maken”, zegt Kemperman.

Bestaanszekerheid vormt het fundament om te kunnen werken aan je gezondheid.”


Floreren gaat over je kunnen ontwikkelen, iets doen wat betekenis heeft en je verbonden voelen met anderen. Het zit niet alleen in grote, abstracte doelen, maar juist ook in het dagelijks werk: ergens beter in worden, gezien worden in wat je doet en ervaren dat jouw bijdrage ertoe doet.

De combinatie van factoren bepaalt uiteindelijk hoe mensen zich voelen, hoe ze functioneren en hoeveel energie ze hebben. “Als je bestaanszekerheid en gezondheid op orde hebt, maar het werk is niet interessant en zinvol en je hebt geen fijne collega’s, dan zijn mensen minder productief dan ze zouden kunnen zijn.”

Van losse interventies naar anders organiseren

Veel organisaties proberen gezondheid te verbeteren met goedbedoelde, maar losse interventies. Denk aan coaching, mindfulness of sportprogramma’s zoals bedrijfsfitness en bedrijfsyoga. Maar daarmee lossen ze het onderliggende probleem niet op. Bovendien bereik je met zulke interventies vooral mensen die hier al mee bezig zijn. Juist de groep die het meest gebaat is bij verbetering, wordt vaak niet bereikt. Door werk anders in te richten, bereik je wel iedereen.

“Als je mensen overdag continu onder druk zet en vooral op productiviteit stuurt, is stress het logische gevolg. Dat kun je achteraf niet zomaar wegpoetsen.”

Het probleem zit volgens Kemperman in hoe werk is ingericht: werkdruk, roosters, autonomie, samenwerking en de manier waarop leiding wordt gegeven. Dáár wordt gezondheid gemaakt of juist ondermijnd. Zolang die basis niet klopt, blijft elke interventie een pleister op de wond.

Daar ligt tegelijk ook de grootste kans. Werkgevers zouden zich bijvoorbeeld moeten afvragen: krijgen medewerkers de ruimte om zich te ontwikkelen? Voelen ze zich gezien en ervaren ze verbinding met collega’s? Juist daar ontstaat het verschil tussen functioneren en floreren.

Werk als bron van gezondheid

Werk hoeft helemaal niet slecht te zijn voor je gezondheid. Sterker nog: werk kan juist een belangrijke positieve rol spelen. “Mensen die werken, gaan bijvoorbeeld gemiddeld maar half zo vaak naar de huisarts ten opzichte van mensen die niet werken”, zegt Kemperman. Dat is geen bewijs dat werk per definitie gezond maakt, maar wel een aanwijzing dat werk – mits goed ingericht – een positieve rol kan spelen. Werk biedt immers structuur, sociale contacten en een gevoel van betekenis.

Hoofd en hart verbinden

In veel organisaties wordt gestuurd op cijfers, KPI’s en protocollen. Tegelijk voelen veel leidinggevenden intuïtief wel aan wat goed is voor mensen. “Ik denk dat de meeste werkgevers vanuit hun hart wel willen dat de mensen die voor hen werken plezier hebben in hun werk”, zegt Kemperman. De uitdaging is om dat gevoel (hart) te verbinden met de manier waarop ze sturen en besluiten nemen (hoofd).

“Als je stuurt op productiviteit, verlaag je wellbeing. Maar als je stuurt op wellbeing, verhoog je productiviteit.”


Door wellbeing ook te meten en door te rekenen naar effecten op productiviteit, verzuim en verloop, wordt inzichtelijk wat het oplevert. Zilveren Kruis heeft voor het boek ‘Wellbeing in Business’ samen met de Erasmus Universiteit een impactmodel ontwikkeld. Daarmee kan voor de eigen organisatie worden berekend wat een betere score op verschillende wellbeing-domeinen oplevert. ”De echte waarde zit voor gemiddeld 80 procent in hogere productiviteit. Hiermee verschuift gezondheid en welbevinden van een goedbedoeld HR-thema naar een strategisch vraagstuk voor de hele organisatie”, vertelt Kemperman. Relatief kleine aanpassingen kunnen daarbij al grote impact hebben. Bijvoorbeeld meer autonomie in werktijden, wandelend overleggen of routinematige werkprocessen uitbesteden aan AI.

Kantelpunt

Volgens Kemperman staan we als samenleving op een kantelpunt. Klanten of kapitaal zijn niet langer het meest schaars, maar mensen. Dat vraagt om een andere manier van organiseren en sturen. “Organisaties die blijven drukken op productiviteit zonder oog voor wellbeing, komen in een neerwaartse spiraal terecht. Wie inzet op wellbeing, ziet juist het tegenovergestelde effect.”

Die verschuiving stopt niet bij de organisatie zelf. Want werk is maar één van de plekken in ons dagelijks leven waar gezondheid kan ontstaan. Daarom is samenwerking tussen organisaties, overheden en andere domeinen nodig om echt verschil te maken.

Tijdens het Landelijke Congres Mentale Gezondheid van Missie Mentaal op 4 juni gaat het precies hierover. Hoe overbruggen we de kloof tussen hoofd en hart, tussen systeem en mens, tussen werk en gezondheid? En vooral: wat kunnen we morgen anders doen?

Kom je ook?

 


Jeroen Kemperman schreef samen met Dilia Leitner, Nisha Alberts en Mirande Groener het boek ‘Wellbeing in business’, waarin ze beschrijven hoe organisaties werk mensgericht kunnen organiseren, met veel meer aandacht voor gezondheid, bestaanszekerheid en floreren.

Van links naar rechts Dilia Leitner, Nisha Alberts, Jeroen Kemperman en Mirande Groener - auteurs van Wellbeing in Business

Van links naar rechts: Dilia Leitner, Nisha Alberts, Jeroen Kemperman en Mirande Groener – auteurs van Wellbeing in Business.

4 juni: Landelijk Congres Mentale Gezondheid

We verkennen en bestendigen de overbruggingen die nodig zijn voor een mentaal veerkrachtiger Nederland. Dit doen we onder meer via ontmoeting, sprekende voorbeelden en verbinding. Kom ook naar dit congres van Missie Mentaal!


Netwerkadviseur (Mentale) Gezondheid & Zorg

Terug

De omslag naar preventie: klein beginnen, groot organiseren

31 maart 2026

Portretfoto Alja Sluiter

Iedereen is vóór preventie. Toch blijft het in de praktijk vaak steken in plannen en pilots. Volgens huisarts, leefstijlarts en bestuurder Alja Sluiter ligt dat niet aan gebrek aan kennis, maar aan hoe we het systeem hebben ingericht. Alja is ook docent en ambassadeur van de Vereniging Arts en Leefstijl. Tijdens het webinar over natuur en gezondheid op 6 mei bespreekt ze de toolkit ‘Natuur voor gezondheid’. In aanloop daarnaartoe spraken we haar over preventie en de rol die natuur daarbij kan spelen. “Te vaak gaat het over bekostiging: wat levert het op in geld? Terwijl leefstijl en preventie eigenlijk moeten gaan over wat het ons maatschappelijk brengt.”

Chips en cola als ontbijt

Sluiter zag al vroeg dat gezondheid op allerlei manieren versterkt kan worden. Zo wist haar opa zijn diabetes af te wenden met aanpassingen in zijn leefstijl – waaronder ontbijt met havermout en karnemelk – en leerde ze van hem als kind al hoe helend de natuur kan zijn.

Later, tijdens haar opleiding, kwam ze in aanraking met een casus van een dementerende patiënt die nog een zware heupoperatie kreeg.

“Toen dacht ik: waar zijn we nou eigenlijk mee bezig?”

Terwijl ze de patiënt in het operatiebed zag liggen, realiseerde ze zich dat deze persoon waarschijnlijk veel meer gebaat zou zijn bij rust in de eigen vertrouwde omgeving in plaats van een zware ingreep. Ze vond het een schrijnend voorbeeld van ‘onbezielde zorg’ die niet meer werkelijk bijdroeg aan de kwaliteit van leven.

In haar eigen huisartsenpraktijk sprak ze een jong kind dat elke ochtend ontbeet met chips en cola en al zwarte tandjes had. Ze bedacht dat ze op dat moment keek naar een kind dat over 20 of 30 jaar een nieuwe diabetespatiënt zou zijn of een hoog risico zou lopen op hart- en vaatziekten.

Het zijn zulke voorbeelden uit de praktijk die haar motiveren om zich onvermoeibaar in te zetten als boegbeeld voor een gezonder Nederland door haar boodschap via alle denkbare kanalen te verspreiden (waaronder een podcast).

Gezondheid als regionale opgave

Volgens Sluiter zit de kern van het probleem in hoe we zorg organiseren en financieren. “We besteden 95 procent van onze zorgkosten aan de laatste levensfase. Die investering zou eigenlijk aan de voorkant moeten zitten.” Daarbij sturen we met ons zorgsysteem vooral op de korte termijn en individuele medische verrichtingen, terwijl gezondheid over de lange termijn gaat en een gezamenlijke verantwoordelijkheid is. Zorg, sociaal domein en leefomgeving werken nog te veel als eilandjes naast elkaar.

“Gezondheid creëren we niet in de spreekkamer, waar ik patiënten misschien maar twee uur per jaar zie. Het gebeurt daarbuiten.”

Volgens haar vraagt dat om een fundamenteel andere benadering: meer uitzoomen, meer samenhang en andere financiële prikkels. Niet per medische verrichting betalen, maar sturen op gezondheid in een regio. En gezondheidsbeleid dat langer meegaat dan één kabinetsperiode.

Ze pleit voor netwerkzorg: een systeem waarin regio’s gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen voor gezondheid, met één budget en duidelijke langetermijndoelen zoals minder diabetes en overgewicht. Alleen zo bestrijd je volgens haar effectief versnippering en werk je echt samen aan een gezondere samenleving.

Vijf keer per week frituren is óók winst

Het systeem veranderen kost tijd. Maar dat betekent niet dat je moet wachten. Juist de beweging van onderop is essentieel. “Je hebt ongeveer 30 procent van de organisaties en zorgprofessionals nodig om het te laten vliegen.” Voor professionals begint dat in de dagelijkse praktijk, met kleine stappen en andere gesprekken. Sluiter noemt een voorbeeld uit haar eigen praktijk van iemand die zeven keer per week frituurt. “Dan zeg ik niet: je moet stoppen met frituren. We kijken samen wat haalbaar is. Dan wordt het vijf keer per week. En dat is ook winst en dus een compliment waard.”

De sleutel zit volgens Sluiter in aansluiten bij de leefwereld van mensen, in bouwen aan sociaal kapitaal. Zeker bij groepen met een lage sociaaleconomische positie (SEP) die vaak in de ‘overlevingsstand’ staan. Niet oordelen, maar kijken wat kan. Kleine veranderingen die vol te houden zijn. “Gedragsverandering kost tijd, zeker in een lastige situatie.”

Alja in een groene omgeving

Natuur als vast onderdeel van gezondheid

Een van de meest concrete ingangen voor preventie is natuur. Niet als luxe, maar als onderdeel van gezondheid.

“Wij staan niet los van natuur, wij zijn natuur.”

Dat vraagt wel om een bredere definitie. Natuur is niet alleen een bos of duingebied, maar bijvoorbeeld ook een park of water in de stad. Voor veel mensen is een regelmatige boswandeling niet haalbaar, maar een rondje buiten wandelen wel. “Al is het maar tien minuten, dat levert al aantoonbare gezondheidswinst op.”

In de praktijk begint dat met eenvoudige vragen stellen. Bijvoorbeeld: wanneer was je voor het laatst buiten? Van daaruit ontstaan gesprekken en kleine, haalbare stappen.

Sluiter vertelt dat het wetenschappelijke bewijs voor de kracht van natuur gelukkig steeds sterker wordt. Heel belangrijk bij het overtuigen van financiers en beleidsmakers en het bestrijden van gezondheidsmythes.

Terug naar de basis van geneeskunde

Volgens Sluiter is haar manier van kijken naar gezondheid niet nieuw. In de eed van Hippocrates zit preventie al besloten: “Voeding is het beste medicijn, bewegen is belangrijk voor gezondheid.” Die basis is lange tijd naar de achtergrond verdwenen, maar komt nu terug in opleidingen en de praktijk. Steeds meer zorgprofessionals leren om breder te kijken dan alleen naar ziekte en genezing.

Hoewel verandering langzaam gaat, is ze optimistisch. “Er gebeuren hele mooie dingen. Steeds meer mensen omarmen preventie.” Juist als bottom-up initiatieven en top-down beleid elkaar versterken, ontstaat beweging. Sluiter pleit voor een Deltaplan voor Preventie, om gezondheid duurzaam te verankeren in de samenleving.

“Als alle partijen die zich hard maken voor preventie samen gaan werken, ontstaat er echt iets magisch.”

De kennis is er, de voorbeelden zijn er en de beweging groeit. De vraag is niet óf preventie werkt, maar of we het samen structureel durven te organiseren.

 



Zelf aan de slag met natuur en gezondheid?

De wetenschappelijke onderbouwde handleiding en toolkit ‘Natuur voor gezondheid’ helpen je om dit concreet toe te passen in je werk. Ook kun je deelnemen aan het geaccrediteerde
webinar op 6 mei, waarin de vertaalslag naar de praktijk centraal staat.

De handleiding en toolkit zijn ontwikkeld door Annette Postma (Gezond & Groen) in samenwerking met Jolanda Maas (Vrije Universiteit Amsterdam), Vereniging Arts en LeefstijlAlles is Gezondheid en diverse groene zorg- en gezondheidspartners.

Zelf aan de slag met natuur en gezondheid?

De wetenschappelijke onderbouwde handleiding en toolkit ‘Natuur voor gezondheid’ helpen je om dit concreet toe te passen in je werk.

Bekijk toolkit

Webinar 'Natuur en Gezondheid: de impact van natuur op lichaam en geest'

De natuur kan bijdragen aan een gezonde leefstijl en positieve gezondheidseffecten hebben bij vele patiëntgroepen. Hoe dat zit en wat jij vanuit jouw professie zelf en samen met anderen kunt doen, leer je tijdens deze online scholing op 6 mei 2026. Alja Sluiter is een van de docenten.

Terug

Vertragen, verbinden en betekenis vinden

27 maart 2026

Verslag Symposium Mentale Gezondheid en Zingeving

Vanaf het moment dat we opgroeien, krijgen we verhalen aangereikt over hoe een goed leven eruit zou moeten zien: over succes, prestaties en zekerheid. Verhalen die richting kunnen geven, maar ons soms ook ongemerkt vastzetten. Onderweg komen veel mensen op een punt waarop het leven niet alleen vraagt om beter functioneren, maar om iets diepers: de vraag naar zingeving. Wat gebeurt er wanneer het leven schuurt, zekerheden wankelen en het verhaal dat ooit logisch leek niet meer past?

Steeds vaker zien we dat echte verandering niet alleen van buiten komt, via interventies, protocollen of systemen, maar van binnen begint. Met aandacht, reflectie en de moed om een knellend verhaal los te laten. Mentale gezondheid berust daarbij op drie fundamentele pijlers: belonging (verbondenheid), agency (invloed en richting) en meaning (zingeving). Vanuit die gedachte organiseerden we op 14 maart het symposium Mentale Gezondheid en Zingeving.

Antropia stroomde vol met professionals, belangstellenden en jongeren. De sfeer was open en nieuwsgierig; nog vóór het programma begon, ontstonden de eerste gesprekken. Na een symbolische gong opende dagvoorzitter Wico Mulder de dag. Stembevrijder Erica Nap zorgde vervolgens voor een verbindende start: wat begon als luisteren, eindigde in samen zingen.

Carlo Leget – Zingeving in een hypernerveuze samenleving

Carlo Leget, initiatiefnemer centrum voor rouw en existentiële waarden, professor zorgethiek aan de Universiteit voor Humanistiek, nam ons mee in de vraag in wat voor wereld we leven. Hij verkende zingeving langs drie lagen: begrijpelijkheid, hanteerbaarheid en betekenis (Antonovsky), het onderscheid tussen alledaagse en diepere betekenis (Crystal Park), en de existentiële laag waarin vragen rond lijden, vrijheid en eenzaamheid opkomen.

Tegelijk schetste hij het beeld van een ‘hypernerveuze samenleving’, waarin individualisme, prestatiedruk en voortdurende versnelling ons onder druk zetten. Met het werk van Hartmut Rosa introduceerde hij het begrip resonantie: zingeving ontstaat niet door controle of optimalisatie, maar via een wederkerige, betekenisvolle relatie tussen mens en wereld.
Zijn analyse: hoe meer we de wereld proberen te beheersen en efficiënt te maken, hoe meer we de verbinding ermee verliezen — met anderen, met de tijd en met onszelf. Zingeving ontstaat in relatie; vertraging, verbinding en openheid voor wat ons raakt zijn voorwaarden voor mentale gezondheid.

Richard Hoofs – Zingeving als medicijn

Richard Hoofs, huisarts en holistisch coach holistische en auteur: ‘Bezield leven op doktersrecept’, bracht zingeving terug naar de spreekkamer met de vraag: wat als we zingeving letterlijk op doktersrecept zouden zetten? Hij liet zien dat zingeving een krachtige leefstijlfactor is, met effecten op fysieke en mentale gezondheid, levensduur en veerkracht. Waar leefstijlpijlers als voeding en beweging vanzelfsprekend zijn, blijft zingeving vaak onderbelicht.

Hoofs onderscheidt vier bronnen van zingeving: relaties, persoonlijke groei, spiritualiteit en ‘kippenvelmomenten’ — momenten waarop we ons diep geraakt voelen. Zijn ervaringen, van een gevangenis tot het platteland van India, illustreren dat mentaal welzijn eerder afhangt van betekenisgeving dan van omstandigheden.
Gezondheid gaat niet alleen over wat je doet, maar over waarvoor je het doet.

Workshops: verdieping verwondering

Na de korte film Always look on the bright side verraste musicus Reinier Sijpkens de zaal met een speelse muzikale ervaring. Met bellen, klanken en verwondering ontstond precies waar de dag over ging: resonantie. De verdiepende workshops lieten zien dat zingeving zich niet laat vangen in één definitie of discipline.

Anke Liefbroer – Zingeving begrijpen en bespreekbaar maken

Anke Liefbroer, bijzonder hoogleraar Tilburg University, die de relatie tussen zingeving en mentaal welzijn onderzoekt, liet zien dat mentale gezondheid onder druk staat en dat zingeving daarin een steeds belangrijkere, maar nog onvoldoende begrepen rol speelt. Ze introduceerde een kader met vier dimensies van zingeving: purpose (doelgerichtheid), significance (ertoe doen), coherence (samenhang) en belonging (verbondenheid).

In een samenleving waarin religie minder vanzelfsprekend is, ontstaat een meer persoonlijke zoektocht naar betekenis. Haar oproep aan professionals: zingeving is niet alleen het domein van geestelijk verzorgers, maar een gedeelde verantwoordelijkheid.

Kwetsbare Held

Het gesprek vraagt geen pasklare antwoorden, maar aandacht, nieuwsgierigheid en écht luisteren. Iets dat De Kwetsbare HeldWout van Wengerden 100% onder de knie heeft en daarmee de zaal ontroerde en raakte.

Tot slot

Mentale gezondheid en zingeving zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Zingeving is daarbij geen extra thema, maar een fundament. In een tijd van versnelling, prestatiedruk en individualisering ligt de uitnodiging misschien wel in het tegenovergestelde: in vertragen, verbinden en opnieuw leren luisteren naar het verhaal dat ons raakt.

Meedenken en doen? Neem contact met ons op.

Met Missie Mentaal zetten we ons in voor mentale veerkracht en organiseren we o.a. De Week van de Mentale Gezondheid. Meer weten en meedoen?

Netwerkadviseur (Mentale) Gezondheid & Zorg
Communicatieadviseur - verhalenmaker

Terug

Wat meiden ons leren over duurzaam bewegen

23 maart 2026

De ambitie om Nederland in beweging te brengen is breed gedeeld. Maar wie goed kijkt, ziet dat niet iedereen dezelfde toegang heeft tot sport en bewegen. Voor mbo-meiden is de openbare ruimte bijvoorbeeld geen vanzelfsprekende plek om actief te zijn. Dat blijkt uit onderzoek van Sportservice Flevoland. De belangrijkste les: duurzame sport- en beweegparticipatie begint bij goede randvoorwaarden. En voor deze doelgroep staat veiligheid daarbij bovenaan.

Meiden sporten in de openbare ruimte op fitnesstoestellen in een park.

Veiligheid fundamenteel voor gezondheid

Uit het onderzoek onder mbo-meiden (15 tot 18 jaar) blijkt dat gevoelens van onveiligheid een directe invloed hebben op beweeggedrag. Het gaat daarbij niet alleen om fysieke veiligheid, maar juist ook om sociale veiligheid: bekeken worden, ongewenste aandacht en de dominantie van jongensgroepen op veel sportplekken. Zonder een veilige basis haken veel meiden af en wordt bewegen geen vanzelfsprekend onderdeel van hun leven.

Meer dan hardware

In beleid en praktijk ligt de nadruk vaak op voorzieningen: veldjes, routes, toestellen. Maar een beweegvriendelijke omgeving is meer dan ‘hardware’. Volgens inzichten van onder andere Kenniscentrum Sport & Bewegen gaat het om een samenhang van fysieke inrichting, programmering en sociale context. Voor duurzame participatie betekent dat: aansluiten op behoeften van gebruikers, zorgen voor sociale veiligheid en herkenning, en bouwen aan eigenaarschap in de wijk.

Voor meiden vertaalt zich dat naar plekken waar ze zich welkom voelen, in een omgeving waarin ze zich niet beoordeeld of bekeken voelen. Ze bewegen bij voorkeur samen met vriendinnen en hebben vaak behoefte aan activiteiten die laagdrempelig en niet prestatiegericht zijn. Daarbij is er ruimte nodig voor vrijheid en eigen invulling. Juist die combinatie maakt dat ze meer en vaker bewegen in de openbare ruimte, en dat het niet bij één keer blijft.

Co-creatie: ontwerp met in plaats van voor

Een belangrijke aanbeveling uit het onderzoek van Sportservice Flevoland is om meiden actief te betrekken bij het ontwerp en gebruik van de openbare ruimte. Niet als onderzoeksdoelgroep, maar als mede-ontwerper. Dat vraagt een andere rol van gemeenten, buurtsportcoaches en welzijnsorganisaties: minder top-down, meer samen ontwikkelen.

Tijdens een brainstorm over dit thema, waar ook Alles is Gezondheid bij betrokken was, kwam precies dit punt naar voren. Door samen met jongeren te ontwerpen, ontstaan plekken die beter aansluiten, vaker gebruikt worden en daarmee duurzaam bijdragen aan gezondheid.

Niet alleen de openbare ruimte aanpakken

In het maatschappelijk gesprek over dit onderwerp wordt duidelijk dat het niet alleen gaat om het creëren van de juiste voorwaarden. Onveiligheid hangt nauw samen met sociale normen en gedrag. Vrouwen en meisjes passen zich nu vaak aan, bijvoorbeeld door plekken te vermijden, terwijl het gedrag van jongens en mannen veel minder ter discussie staat.

Duurzame verandering vraagt daarom om een aanpak op twee sporen: belemmeringen direct wegnemen met toegankelijke activiteiten, zichtbaarheid en inclusieve plekken, maar zeker óók werken aan gedrag in de openbare ruimte, met name van jongens en mannen.

Voor professionals in gezondheid, sport en het sociaal domein ligt hier een duidelijke kans: werk samen, betrek jongeren actief en kijk verder dan alleen het aanbod.

 


Lees hier het uitgebreide artikel over dit onderwerp van Sportservice Flevoland. O.a. over de achterliggende barrières en oorzaken van gevoelens van onveiligheid, met concrete aanbevelingen voor gemeenten, buurtsportcoaches en welzijnsorganisaties.

Netwerkadviseur onderwijs

Lees hier een uitgebreider artikel

‘Meiden in de openbare ruimte – Veiligheid en zelfvertrouwen als sleutel tot actieve meiden in de openbare ruimte’

Terug

Poepen op school? Dacht het niet!

19 maart 2026

De helft van de leerlingen van basisscholen en middelbare scholen poept (bijna) nooit op school-wc’s. Te vies, te onveilig, te weinig privacy. Dit zogenoemde ‘ophoudgedrag’ kan zelfs leiden tot medische problemen.

schooltoiletten

Naar de wc op school voor de grote boodschap? Dat doen leerlingen liever niet, blijkt uit een representatief onderzoek onder 1000 basis- en middelbare scholieren van MDL Fonds. Bijna de helft van de scholieren heeft klachten als gevolg van dat ‘ophoudgedrag’, zoals buikpijn of verstopping. Kinderartsen van het Kinderbuikcentrum van Amsterdam UMC waarschuwen dat langdurig ophouden kan leiden tot ernstige verstopping, buikpijn en misselijkheid. Er kan zelfs incontinentie en overloopdiarree ontstaan. Mariël Croon, directeur van MDL Fonds:

“Dit heeft ernstige gevolgen voor de gezondheid en het welzijn van kinderen. In vrijwel iedere schoolklas zijn één of twee kinderen die hierom naar een dokter moeten.”

Stinkende voegen en tegels

Hoe komt het dat kinderen en leerlingen niet willen poepen op school? De belangrijkste reden is dat schooltoiletten niet schoon genoeg zijn. Ruim vier van de tien leerlingen geeft de hygiëne van schooltoiletten een onvoldoende. Uit een GGD-onderzoek, dat in opdracht van MDL Fonds is uitgevoerd, blijkt dat er vaak stinkende tegels en voegen zijn op schoolwc’s. Op slechts 7 van de onderzochte 50 scholen worden de toiletten twee keer per dag schoongemaakt, terwijl dat de basisnorm is. Opsteker is wel dat op scholen met een eigen schoonmaker de wc’s consequent als ‘schoon’ worden beoordeeld.

Pestgedrag

Een ander probleem is dat veel wc-hokjes niet volledig afgesloten zijn. Slechts 40 procent van de deuren en 36 procent van de tussenwandjes van school-wc’s sluiten tot de grond. De rest is aan de onderzijde open. Geluiden zijn dan goed hoorbaar en ook luchtjes kunnen zich gemakkelijk verspreiden. Dat maakt leerlingen extra terughoudend. Soms ontstaat daardoor ook pestgedrag:

Leerlingen worden op Snapchat “schijterd van de dag” genoemd.

Op middelbare scholen zijn er nog andere problemen. Soms wordt daar gerookt en gevapet op de toiletten. Verder zijn er op middelbare scholen gemiddeld minder toiletten per leerling en zijn er vaak strenge regels over het gebruik van de wc tijdens de lessen.

Leerlingen met een MDL-aandoening

Voor leerlingen met een MDL-aandoening (aandoening aan maag, darm en/of lever) is het helemaal lastig. Zij hebben eerder last van plotselinge aandrang of ongelukjes. Scholen hebben op basis van de zorgplicht de verantwoordelijkheid om leerlingen veilige sanitaire voorzieningen te bieden, of door te verwijzen naar een school binnen de regio die deze zorg kan bieden. Leerlingen mogen niet worden geweigerd vanwege medische aandoeningen die toiletgebruik bemoeilijken.

Verbeteren kan vandaag al

Er valt dus wel wat te verbeteren op de school-wc’s. MDL Fonds pleit voor: wc’s die meermalen per dag gecontroleerd en gereinigd worden, bij voorkeur met middelen die geur tegengaan. Stinkende oude tegels en voegen kunnen gereinigd worden met enzymen. Meer privacy en veiligheid is ook nodig, met dichte deuren en stevige wanden met een noodknop voor de veiligheid, ventilatie en vape-detectors.

Dat alles kan natuurlijk niet van de ene op de andere dag, maar er zijn ook maatregelen die scholen meteen kunnen nemen. Goed voorbeeld is het loslaten van strikte regels over toiletbezoek tijdens de les. Een darm laat zich niet beperken tot een vaste tijd – en buiten de pauzes om is er meer rust en privacy op de wc’s. Overweeg verder een meldsysteem voor vieze toiletten, bijvoorbeeld via een QR-code of een melding bij de conciërge.

 


Teken de petitie voor schonere school-wc’s
MDL Fonds is een petitie gestart om de politiek te vragen om schonere school-wc’s mogelijk te maken. Zet ook je handtekening!

Petitie

Netwerkadviseur onderwijs

Teken de petitie voor schonere school-wc’s

MDL Fonds is een petitie gestart om de politiek te vragen om schonere school-wc’s mogelijk te maken. Zet ook je handtekening!

Terug

Laat jongeren meebeslissen over hun leefomgeving

6 maart 2026

Kinderen en jongeren een stem geven in lokaal beleid is essentieel voor een gezonde samenleving. Het is hun recht om invloed te kunnen uitoefenen op hun leefomgeving. Wanneer jongeren actief worden betrokken bij beslissingen, versterkt dat niet alleen hun gevoel van eigenaarschap, maar ook hun mentale en sociale gezondheid. Daarom heeft Alles is Gezondheid zich aangesloten bij de Landelijke alliantie kinder- en jongerenparticipatie, die gemeenten oproept om jongeren te betrekken bij de formatie na de gemeenteraadsverkiezingen van 2026.

Wat de beweging doet

De alliantie – bestaande uit onder meer de NJR, VNG, Save the Children, UNICEF Nederland, De Kiesmannen en Jimmy’s – streeft ernaar dat jongeren niet alleen meepraten, maar ook structureel betrokken worden bij besluitvorming over hun leefomgeving. Gemeenten krijgen hiervoor praktische handvatten, zoals een modelmotie, stappenplannen en werkvormen om jongerenraden, scholen en andere groepen te betrekken.

Download toolkit Download handreiking

 

Jongeren horen aan de formatietafels

De alliantie streeft naar een samenleving waarin:

  • kinderen en jongeren hun recht op participatie kennen;
  • zij weten hoe zij zich kunnen organiseren voor verandering;
  • overheden participatie structureel hebben geborgd in hun processen;
  • beleidsmakers over de juiste kennis en best practices beschikken.

Onze rol: verbinden

Alles is Gezondheid is één van de partners in deze samenwerking. We brengen het onderwerp onder de aandacht binnen ons netwerk en verbinden organisaties die hier lokaal mee aan de slag willen. Daarmee dragen we bij aan de bredere beweging naar een samenleving waarin gezondheid, leefomgeving en beleid samen met inwoners – dus ook jongeren – worden vormgegeven.

Doe ook mee

Voor partners in het netwerk van Alles is Gezondheid liggen hier kansen:

  • Kijk hoe jongerenparticipatie in jouw regio al gebeurt en of dit veilig en betekenisvol is voor de jongeren zelf.
  • Sluit aan bij gesprekken met gemeenten en pleit voor een brede vertegenwoordiging, bijvoorbeeld door naast jongerenraden ook te werken met willekeurige loting.
  • Deel kennis en ervaringen, zodat we samen de beweging richting een gezonde generatie versterken.

Wij doen mee, jij ook?

Netwerkadviseur onderwijs

Speaking Minds

In het programma Speaking Minds van Save the Children brengen jongeren zelf advies uit aan beleidsmakers.

Jongeren bedenken zelf oplossingen

Dankzij een samenwerking tussen Speaking Minds en JOGG bedenken jongeren zelf oplossingen voor een gezondere leefomgeving.

Terug

MooiMaasvallei toont kracht van regionale samenwerking

5 maart 2026

In de regio Noordelijke Maasvallei werken organisaties al jaren samen aan een andere manier van kijken naar gezondheid en zorg. Het samenwerkingsverband MooiMaasvallei zet in op een brede aanpak waarin inwoners, zorg, welzijn, gemeenten, scholen en andere partners samenwerken aan een gezonde regio. Recent onderzocht Universiteit Utrecht (USBO advies) deze aanpak en de resultaten van het regionale gezondheidsnetwerk. Het onderzoek laat zien hoe de samenwerking zich ontwikkelt en welke lessen daaruit te halen zijn voor verdere ontwikkeling van het netwerk.

Download onderzoeksrapport

 

Werken aan gezondheid van inwoners

De regio Noordelijke Maasvallei staat, net als veel andere regio’s in Nederland, voor grote uitdagingen. Door vergrijzing en personeelstekorten neemt de druk op de gezondheidszorg toe. Om daar mee om te gaan werken partijen samen aan een duurzame transformatie van welzijn en zorg. Het doel: de gezondheid van inwoners bevorderen en tegelijk de druk op zorg en arbeidsmarkt verminderen.

 

In de aanpak van MooiMaasvallei werken professionals uit verschillende domeinen steeds meer samen. Daarbij ligt de nadruk op het voorkomen van zorg, het versterken van zelfredzaamheid en het slim organiseren van capaciteit. Dit past bij een bredere omslag in denken: van een systeem dat vooral is ingericht op ziektezorg naar een benadering waarin gezondheid en de vraag van inwoners centraal staan.

De samenwerking heeft inmiddels concrete resultaten opgeleverd. Zo zijn er in de regio bijna 100 zogenoemde voorzorgcirkels ontstaan waarin inwoners naar elkaar omzien en elkaar ondersteunen. Ook stemmen wijkverpleegkundigen dagelijks af om wachttijden te voorkomen en werkt de specialist ouderengeneeskunde nauw samen met huisartsen in de wijk om acute zorgvragen te voorkomen.

Verbonden aan Alles is Gezondheid

De regio Noordelijke Maasvallei is al langer verbonden aan het netwerk van Alles is Gezondheid. Het Platform MooiMaasvallei en het Netwerk Positieve Gezondheid Noordelijke Maasvallei ondertekenden eerder een pledge waarin zij zich verbinden aan de missie van Alles is Gezondheid: samen werken aan een gezonder Nederland.

Met deze pledge spraken partners de ambitie uit om gezondheid breder te benaderen en te werken vanuit het gedachtegoed van Positieve Gezondheid. Het doel: dat organisaties, professionals en inwoners in het Land van Cuijk en de kop van Noord-Limburg vanuit dit concept gaan denken en werken.

Binnen het netwerk van Alles is Gezondheid ontwikkelde de Noordelijke Maasvallei zich zo tot een regionetwerk waarin partijen elkaar opzoeken, kennis delen en samen werken aan nieuwe manieren van organiseren rond gezondheid.

Land van Cuijk

Samen leren in regionale netwerken

Regionetwerken spelen een belangrijke rol binnen Alles is Gezondheid. Ze brengen partijen uit verschillende domeinen bij elkaar en maken het mogelijk om regionaal te experimenteren met nieuwe vormen van samenwerking rond gezondheid en welzijn.

De ervaringen uit de Noordelijke Maasvallei laten zien wat er kan ontstaan wanneer organisaties, professionals en inwoners zich gezamenlijk verbinden aan een brede kijk op gezondheid. Het onderzoek van de Universiteit Utrecht (‘MooiMaasvallei: Koploper in de transitie naar regionale gezondheidsnetwerken. Succesprincipes en geleerde lessen’) maakt die aanpak en de lessen daaruit zichtbaar.

Volgens de onderzoekers gaat het succes niet alleen over structuur of organisatie. Factoren als onderling vertrouwen, een lange gezamenlijke historie en sterk sociaal kapitaal spelen een belangrijke rol. Ook blijkt het essentieel dat professionals ruimte krijgen voor reflectie en dat samenwerkingspartners leren omgaan met onzekerheid tijdens het veranderproces.

Voor een duurzaam vervolg van de aanpak is volgens het onderzoek ook ondersteuning op landelijk niveau nodig. Na 2027 is het belangrijk dat landelijke partijen, zoals zorgverzekeraars en het ministerie van VWS, helpen om barrières in wet- en regelgeving en financiering te doorbreken.

Programma-adviseur en adviseur leefomgeving
Terug

Maak mentale gezondheid van ons allemaal

9 februari 2026

Mentale gezondheid wordt vaak benaderd als iets persoonlijks: beter slapen, meer bewegen, hulp zoeken. Maar mentaal welzijn ontstaat niet alleen in het hoofd van een individu. Het wordt beïnvloed door de omgeving waarin we leven, werken en leren. De echte vraag is daarom: hoe maken we mentale gezondheid tot een gezamenlijke verantwoordelijkheid? Een reflectiesessie met jongeren als volwaardige gesprekspartners, professionals en beleidsmakers leverde hiervoor scherpe inzichten op. De bijeenkomst is georganiseerd door Missie Mentaal, onderdeel van Alles is Gezondheid.

Van individuele last naar gezamenlijke opdracht

Wie mentale gezondheid wil versterken, moet verder kijken dan individuele oplossingen. Dat was de belangrijkste les van de sessie. Prestatiedruk, sociale uitsluiting en ongelijkheid zijn geen persoonlijke tekortkomingen, maar collectieve patronen. Niet alleen beleidsmakers, maar ook jongeren, ouders en bedrijven zijn onderdeel van het systeem dat we samen willen veranderen. We zijn bondgenoten.

Inzicht: Mentale gezondheid groeit in relaties en gemeenschappen. Samengevat: “IK + JIJ = WIJ”.

Een van de sessies.

Een van de sessies met jongeren, professionals en beleidsmakers.

Jongeren serieus nemen

Veel jongeren kampen met mentale problemen. Dus praten over mentale gezondheid is pas echt zinvol als zij aan tafel zitten. Niet als inbrengers van ervaringsverhalen voor de vorm, maar als gelijkwaardige gesprekspartners. Veel initiatieven gaan over jongeren, maar zijn niet met jongeren tot stand gekomen.

Inzicht: Echte collectieve verantwoordelijkheid betekent jongeren structureel laten meedenken, meebeslissen en mee-ontwikkelen. Jongerenparticipatie is geen vinkje op een projectplan, maar een proces waarin hun stem richting geeft aan beleid en praktijk.

Kwetsbaarheid als bron van verbinding

Jongeren en professionals die aanwezig waren bij de sessie vertelden hoe moeilijk het is om kwetsbaar te zijn in een samenleving die succes centraal stelt. Fouten voelen al snel als persoonlijk falen. Jongeren vertelden hoe groot de druk is om altijd te presteren. Professionals erkenden dat ze die druk soms onbedoeld versterken. In een eerlijke dialoog delen waar iedereen mee worstelt, werkte bevrijdend en verbindend.

Inzicht: Als we willen dat mensen mentaal veerkrachtiger worden, moeten we een cultuur nastreven waarin struikelen normaal is en opstaan vanzelfsprekend.

Wat betekent verantwoordelijkheid nemen?

Collectieve verantwoordelijkheid vraagt drie dingen:

  1. Bewustzijn: zien hoe ons gedrag invloed heeft op anderen. Verhogen we de druk of bieden we anderen veiligheid?
  2. Houding: stigma’s doorbreken en openheid stimuleren. Erkennen en benadrukken dat mentaal welzijn een kernwaarde is.
  3. Actie: structuren aanpassen die druk of uitsluiting veroorzaken. Minder prestatiedruk (succes herdefiniëren), meer inclusie, tijd en aandacht voor echte ontmoeting.

Inzicht: Laten we mentale gezondheid niet pas belangrijk vinden als iemand uitvalt, maar preventief ruimte maken voor welzijn. Niet nog meer regels en protocollen, maar écht luisteren naar wat jongeren, medewerkers en inwoners nodig hebben: de menselijke maat. Mentale gezondheid gaat over leren leven, omgaan met emoties en zingeving.

Van inzicht naar praktijk

Overal ontstaan al voorbeelden die laten zien dat het kan: scholen die welzijn net zo belangrijk maken als cijfers, werkgevers die sociale veiligheid centraal zetten, buurten die investeren in ontmoeting en gemeenschapszin. Deze initiatieven verbinden bottom-up energie met steun van bovenaf. Iedereen kan vandaag beginnen met deze vragen:

  • Hoe draag ik zelf bij aan een veilige en inclusieve omgeving?
  • Wat kan ik zelf in mijn team of organisatie anders doen?
  • Hoe kan ik iemand anders concreet steunen?

Een uitnodiging aan het netwerk

Mentale gezondheid een collectief onderdeel maken van de samenleving, begint met kleine, praktische stappen. We nodigen jullie daarom uit om ervaringen, aanpakken en instrumenten te delen. Zo bouwen we samen aan een omgeving waarin mentaal welzijn vanzelfsprekend is en kwetsbaarheid verbindt.


Ben je bijvoorbeeld een beleidsmaker, zorgverzekeraars, huisarts, leerling of onderwijsprofessional en heb jij een aanpak of praktijkvoorbeeld dat werkt in jouw regio of organisatie? Laat het ons weten!

Lees meer over de reflectiesessie op de website van Missie Mentaal.

Netwerkadviseur (Mentale) Gezondheid & Zorg

Netwerkadviseur onderwijs

Terug

Ondertekening: Voedseleducatie als kinderrecht

Kinderen groeien op in een omgeving vol verleidingen: energiedrankjes op elke hoek, online reclame voor snacks en een overvloed aan ultrabewerkte producten. Tegelijk leren ze op school nauwelijks hoe ze gezonde keuzes kunnen maken. Dat moet anders, vindt een brede coalitie van organisaties en experts. Tijdens de landelijke conferentie ‘Voedseleducatie als Kinderrecht’ werd een duidelijke boodschap geformuleerd: voedseleducatie hoort een vaste plek te krijgen in het onderwijs.

Een krachtig signaal naar Den Haag

Op 21 januari is de slotverklaring van de conferentie officieel overhandigd aan D66-Kamerlid Ilana Rooderkerk en aan vertegenwoordigers van het ministerie van VWS, Nosheen Hasan Burney en Iyor Bilan. Daarmee komt de oproep rechtstreeks op tafel bij politiek en beleid.

Bekijk slotverklaring

 

Schoolkinderen eten patat in de pauzeSchoolkinderen eten patat in de pauze

Initiatiefnemers Anita van der Noord en Ko Henneman, namens de stichtingen Kind en Voeding en de Nieuwe Leefstijl, boden het document aan samen met hoogleraar en voedingsexpert Jaap Seidell. Hij is al decennialang een voorvechter van structurele aandacht voor gezonde voeding. Seidell benadrukt dat kinderen leren wat gezond eten is net zo vanzelfsprekend moet zijn als leren lezen en rekenen.

“Voedseleducatie is net zo fundamenteel als bewegingsonderwijs.”

Waarom dit nú nodig is

De urgentie is groot. Nederland zakt op de internationale KidsRights Index, die meet hoe landen kinderrechten naleven, en staat inmiddels op plaats 21. Tegelijk kampt ongeveer 14 procent van de kinderen van 4 tot 17 jaar met overgewicht (bron: VZinfo.nl). In het VN-Kinderrechtenverdrag staat expliciet dat ieder kind recht heeft op gezondheid, inclusief goede voorlichting over voeding. In de praktijk blijft voedseleducatie echter versnipperd, afhankelijk van tijdelijke projecten en individuele schoolinitiatieven.

Van project naar vaste leerlijn

De slotverklaring pleit voor een fundamentele omslag. Geen losse campagnes meer, maar slimme integratie van voedseleducatie in de kerndoelen van primair, voortgezet, speciaal onderwijs en het mbo. Dat vraagt om structurele financiering voor scholen en lerarenopleidingen, en om ondersteuning bij de invoering van gezonde schoollunches. Scholen moeten ontlast worden, niet extra belast.

De oproep is niet alleen idealistisch, maar ook economisch onderbouwd. Onderzoek van Deloitte laat zien dat investeringen in gezonde schoollunches zichzelf ruimschoots terugverdienen. Een jaarlijkse investering van één miljard euro kan tot vijf miljard euro maatschappelijke opbrengst opleveren door lagere zorgkosten, betere leerprestaties en een gezondere beroepsbevolking.

Positieve eerste stappen

De boodschap lijkt aan te slaan. Kamerlid Ilana Rooderkerk heeft toegezegd het onderwerp in mei te agenderen tijdens het onderwijsdebat en een motie voor te bereiden. Ook het ministerie van VWS reageerde constructief en neemt de aanbevelingen mee in de beleidsadvisering. Ondertussen gaat de stichting Kind en Voeding verder met de praktische uitwerking. Scholen en voorlichters worden actief uitgenodigd om mee te bouwen aan programma’s die kinderen écht bereiken.

Samen optrekken voor gezonde generaties

Alles is Gezondheid ondersteunt dit initiatief van harte en heeft meegetekend op de slotverklaring. Wilfred Dijkstra: “Door zulke thematische samenwerkingen groeit onze maatschappelijke beweging. Elke organisatie draagt vanuit zijn eigen expertise bij aan hetzelfde doel: een vitalere samenleving.”

Dit verhaal laat zien hoe bottom-up initiatieven en top-down beleid elkaar kunnen versterken. Het verbindt partners, biedt concrete handelingsperspectieven en zet een volgende stap in de transitie van zorg naar gezondheid.

Doe je mee?

Werk je in het onderwijs, de zorg of bij een gemeente en wil je bijdragen aan structurele voedseleducatie? Sluit je aan bij de beweging en neem contact op met Stichting Kind en Voeding of Alles is Gezondheid. Samen maken we gezonde keuzes vanzelfsprekend voor elk kind.


Bekijk de aftermovie van de conferentie ‘Voedseleducatie als Kinderrecht’:

Netwerkadviseur onderwijs