Terug

Jongeren, gezondheid en prestaties: kijk naar het geheel

20 april 2026

Tim Huijts by Tetsuro Miyazaki

Vijf jaar geleden sprak Alles is Gezondheid met hoogleraar Mark Levels over de wisselwerking tussen gezondheid, onderwijs en werk. De kern: wie zich goed voelt, presteert beter. En een betere opleiding hangt samen met een betere gezondheid. In een vervolggesprek met hoogleraar Tim Huijts (ROA, Universiteit Maastricht) blijkt dat dit beeld nog steeds klopt, maar ook onvolledig is. Nieuw is vooral de verschuiving in denken: van losse factoren en interventies naar een integrale aanpak waarin onderwijs, gezondheid en omgeving onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.

Een complex web van samenhang

Gezondheid en prestaties beïnvloeden elkaar, maar niet op een eenvoudige manier. “We denken minder in termen van oorzaak-gevolg en zien meer een complex web van samenhang”, zegt Huijts. Voor de ene leerling gaan gezondheid en prestaties hand in hand, terwijl een ander goed presteert, maar zich slecht voelt. Waardoor komen die verschillen? “Dat zit hem vaak in omstandigheden: thuis, op school en in persoonlijke kenmerken zoals veerkracht of stressgevoeligheid”, aldus Huijts. Hoeveel steun en stabiliteit ervaart een kind thuis? Hoe wordt er omgegaan met verwachtingen en druk? Hoe veilig voelt een leerling zich op school? Hoeveel ruimte is er voor persoonlijke ontwikkeling? Hoeveel aandacht voor neurodiversiteit?

Juist de combinatie van factoren maakt dat dezelfde omstandigheden voor de ene leerling heel anders uitpakken dan voor de andere. Het verklaart ook waarom er geen eenduidige oplossing is.

“Wie gezondheid, welbevinden en prestaties wil verbeteren, moet kijken naar het geheel.”

Van individuele last naar gezamenlijke opgave

Die complexiteit vraagt om een andere manier van werken van wetenschappers. Onderzoek vindt steeds minder op afstand plaats en steeds vaker samen met de praktijk. “De tijd dat wij in onze ivoren toren zitten en af en toe wat resultaten uit het raam gooien, is echt wel voorbij”, zegt Huijts. In plaats daarvan worden scholen, docenten én leerlingen al vanaf het begin betrokken bij de onderzoeksopzet. Dat leidt tot andere (betere) vragen en ook tot andere conclusies en oplossingen.

Een voorbeeld van zo’n oplossing is de ontwikkeling van ‘coregulerend leren’. In plaats van alleen te focussen op het zelfregulerend vermogen van de leerling, worden docenten en ouders gezien als actieve partners die zelf ook voortdurend bijleren. De centrale vraag daarbij is: hoe pakken we dit samen aan? Het doel is om een systeem te bouwen waarin iedereen leert van de activiteiten waar ze mee bezig zijn. En ervoor te zorgen dat de ontwikkeling van alle betrokkenen in beweging blijft.

Minder toekomstperspectief, minder motivatie

Uit gesprekken met jongeren is een nieuw inzicht naar voren gekomen: toekomstperspectief is een belangrijke voorwaarde voor welbevinden. En of ze het gevoel hebben dat ze er zelf invloed op hebben. Deze factor bleef eerder onderbelicht. Jongeren denken na over werk, wonen en stabiliteit, maar ook over grotere, abstractere vragen: wie ben ik, waar ga ik naartoe? De eventuele onzekerheid die daarbij komt kijken, werkt direct door in hun gedrag op school en dus ook in hun prestaties.

“Als je geen vertrouwen hebt in de toekomst, wat doen die toetsen er dan toe?”

Toekomstperspectief is een concrete factor die bepaalt of jongeren zich inzetten, gemotiveerd blijven en zich ontwikkelen.

Mentale gezondheid onder druk

De verminderde mentale gezondheid van jongeren staat de laatste jaren sterk in de aandacht en wordt vaak in verband gebracht met de coronapandemie. Volgens Tim Huijts ligt dat genuanceerder: “Uit ons onderzoek blijkt dat de coronapandemie niet zozeer dé oorzaak was van de verslechtering van het welbevinden van jongeren, maar dat het wel een bestaande neerwaartse trend versneld heeft.”

Tegelijkertijd heeft de pandemie wel degelijk iets veranderd in de sociale dynamiek op school. Klassen werden een soort snelkookpan waarin onderlinge verhoudingen en sociale hiërarchieën na de lockdowns ineens scherp zichtbaar werden. De veelbesproken sociale media versterken die dynamiek, maar zijn volgens Huijts zeker niet de enige factor.

Wat vooral opvalt, is dat prestatiedruk steeds jonger begint. Waar dit vroeger pas echt begon te spelen op de middelbare school, zien onderzoekers dit nu al volop in het basisonderwijs. “Kinderen zijn vanaf groep 4 of 5 al bezig met toetsen en wat de resultaten ervan betekenen voor hun toekomst.” Die druk komt ook nog eens van verschillende kanten tegelijk: school, ouders en sociale omgeving.

Holistische aanpak nodig

In de praktijk wordt vaak gezocht naar concrete verbetermaatregelen, zoals smartphonebeleid. Maar volgens Huijts zijn zulke op zichzelf staande oplossingen onvoldoende. “We zien in onderzoek eigenlijk weinig verschil”, zegt hij over scholen die telefoons wel of niet toestaan in pauzes. Dat betekent niet dat het beleid helemaal geen zin heeft, maar wel dat het breder moet worden aangepakt. Een effectieve aanpak om het welbevinden van jongeren te vergroten, houdt rekening met het geheel van factoren: sociale relaties, prestatiedruk, toekomstperspectief en de omgeving waarin zij opgroeien en leren.

“Onderzoek laat zien dat het niet alleen gaat om wát je doet, maar vooral om hóe je het doet.”

Betrokkenheid van ouders blijkt daarbij zeer belangrijk. Wanneer zij meedenken en mede-eigenaar worden van schoolbeleid, ontstaat er meer draagvlak en minder weerstand.

Samen bouwen aan perspectief

De rode draad in het verhaal van Huijts is dat losse interventies niet voldoende zijn. Het gaat om samenhang, samenwerking en het versterken van het gevoel van regie bij jongeren. Huijts wil met zijn onderzoek bijdragen aan concrete handvatten voor scholen, ouders en leerlingen. “Ik wil echt weten hoe we kunnen ingrijpen in de relatie tussen welbevinden en schoolprestaties”, zegt hij.

“Hoe zorgen we ervoor dat goede prestaties samengaan met kinderen die gelukkig zijn en positief naar de toekomst kijken?”

Die vraag raakt aan een bredere beweging waarin onderwijs, gezondheid en samenleving steeds meer samenkomen.

Voor partners binnen Alles is Gezondheid ligt daar een duidelijke uitnodiging: blijf experimenteren, werk samen en deel wat werkt. Juist in verbinding ontstaat ruimte om de neerwaartse spiraal te doorbreken en jongeren meer perspectief te geven.

 


Tim Huijts is hoogleraar Positive Health at Work en verbonden aan het ROA (Research Centre for Education and the Labour Market) van de Universiteit Maastricht. In zijn onderzoek binnen deze leerstoel – mede gefinancierd door CAOP, waar Alles is Gezondheid onderdeel van is – richt hij zich onder meer op de complexe wisselwerking tussen gezondheid, welbevinden en onderwijsprestaties.

Netwerkadviseur onderwijs

Netwerkadviseur (Mentale) Gezondheid & Zorg