Terug

Estafetteblog #8: Preventie en curatie: een sterk duo.

4 juli 2019

Paul Habets, huisarts, stelde de vraag ‘Hoe kunnen GGD en curatieve zorg samen meer bereiken in het bevorderen van gezondheid?’ Paul van der Velpen, adviseur publieke gezondheid en oud-directeur GGD Amsterdam, geeft hierop antwoord.

Wat curatieve zorg is, is bij veel mensen bekend; de huisarts, het ziekenhuis en nog veel andere zorgverleners waar je kunt aankloppen als je een klacht hebt. Publieke gezondheid, de tak van sport van de GGD, is minder bekend. Vuistregel: publieke gezondheid vindt niet plaats op geleide van een individu, je gaat er niet heen met een klacht. Je wordt actief opgeroepen. Ben je bevallen? Binnen zes dagen komt er iemand om de hielprik te doen bij de baby. Je wordt daarna regelmatig opgeroepen door de het consultatiebureau (de jeugdgezondheidszorg), bijvoorbeeld voor een vaccinatie. Publieke gezondheid is dus niet gericht op behandeling, maar op preventie.

Paul van der Velpen

Publieke gezondheid en curatieve gezondheidszorg zijn een sterk koppel. Ook al doe je nog zoveel aan preventie, er blijft behandeling nodig. Alleen investeren in behandeling en niet in preventie is dweilen met de kraan open. In Nederland denken we vaak óf-óf. Ik kies liever voor én-én. Er zijn veel voorbeelden te noemen. Ik geef er vijf.

1. Prenataal huisbezoek

Iedere zwangere vrouw krijgt te maken met huisarts en verloskundige. Als het kind is geboren komt de jeugdgezondheidszorg langs voor de hielprik en worden ouders en kind opgeroepen voor het consultatiebureau. Maar als verloskundige of huisarts van mening is (risicotaxatie) dat er sprake is van een kwetsbaar gezin, waar meerdere problemen spelen, zou het mogelijk moeten zijn dat de jeugdverpleegkundige/jeugdarts al tijdens de zwangerschap langs komt zodat de jeugdgezondheidszorg dit gezin naast de vaste contactmomenten extra aandacht kan geven.

2. Ziekteverzuimpreventie

We willen voorkomen dat jongeren afhaken in het onderwijs. Dit afhaken begint vaak met ziekteverzuim, maar meestal is er meer aan de hand dan een fysiek probleem. Daarom is het programma M@zl ontwikkeld, ziekteverzuimPREVENTIE. De jeugdverpleegkundige gaat langs bij het gezin, en biedt bredere hulp, wijst de weg naar schuldhulpverlening of andere sociale zaken. M@zl valt goed te koppelen aan activiteiten van jeugdgezondheidszorg en gezondheidsbevorderaars op scholen, zoals voorlichting. Als blijkt dat veel kinderen worden gepest, gaat de jeugdverpleegkundige of jeugdarts in gesprek met de schoolleiding, om te zorgen dat er een beter anti-pestbeleid wordt gevoerd.

3. Gecombineerde Leefstijl Interventie.

Zorgverzekeraars hebben de GLI opgenomen in het basispakket. Een eerste stap, want er is nog maar zes miljoen beschikbaar en de zorgverzekeraars hebben het nog niet voldoende ingekocht. Maar laten we ervan uitgaan dat het aan de kant van zorgverzekeraars, huisartsen, leefstijlcoaches straks goed loopt. Wie gaat burgers dan stimuleren om naar een huisarts te gaan om een GLI te vragen? Dat zou de GGD kunnen doen.

4. Welzijn op Recept

Huisartsen komen nogal eens in aanraking met eenzame ouderen die last hebben van depressieve klachten. Als een huisarts adviseert om deel te nemen aan ontmoetingsactiviteiten is de stap voor betrokkene vaak te groot. Om die stap te vergemakkelijken is in een aantal gemeenten het programma Welzijn op Recept gestart. Daar zijn veel partijen bij betrokken. De GGD zou zo’n programma kunnen organiseren.

5. Kinderen van ouders met psychische problemen (Kopp)

Zestig procent van de kinderen van ouders die zich bij de GGZ-poli melden met psychische klachten krijgen voor hun 35E ook dergelijke problemen Om deze problematiek, die van generatie op generatie kan doorgaan, te voorkomen zijn er Kopp-groepen: Kinderen van Ouders met Psychische Problemen. Die groepen worden aangeboden door de GGZ. En ook hier geldt: wie gaat jongeren motiveren en stimuleren?

Samenwerken

Het zijn maar vijf voorbeelden waar niet één partij in staat is om het verschil te maken, maar waar het werkt door de samenwerking tussen zorgverleners, gemeente, werkgevers en scholen in één samenhangend programma. Om zo meters te maken. De GGD kan daarbij ondersteuning geven. Voordeel is dat je door zo’n aanpak normaliseert. Mensen met mogelijke klachten (kwetsbare ouders, scholieren, etc.) worden niet als aparte groep benaderd, maar dat gebeurt binnen een programma dat gericht is op alle jonge ouders, op alle scholieren.

Het is gebleken dat integrale gezondheidszorg effectief is. Maar ja, wie betaalt het? Reguliere gezondheidszorg wordt gefinancierd door de zorgverzekeraars, publieke gezondheid door de overheid. Die twee financiers moeten wel bereid zijn om deze activiteiten en samenwerkingen te financieren. En dan komt er een klassiek probleem: als de gemeente investeert in preventie bestaat de kans dat het voordeel landt bij de zorgverzekeraar. En omgekeerd. Daarom vinden deze vijf activiteiten nog te weinig plaats

Pauls Doorgeefvraag

Wie doorbreekt deze patstelling? Nu heeft de GGD vooral contact met de eigen financier (de gemeente), en de huisarts met de zorgverzekeraars, maar is het een idee dat GGD’en en huisartsen met gezamenlijke initiatieven naar gemeenten én zorgverzekeraars stappen? Gijs Rotteveel van Menzis geeft in het volgende blog antwoord op deze vraag.

Estafetteblog #7

Lees de blog van Paul Habets over  regionaal samenwerken aan gezondheid.

Schrijf mee

Ook een keer meeschrijven aan de Estafetteblog? Laat het ons weten: info@allesisgezondheid.nl.