logo Preventie Conferentie
  • Bescherming
  • In de wijk
  • In de zorg
  • Op het werk

Preventieconferentie zet positieve gezondheid in hogere versnelling

25 november 2015
In de Caballero Fabriek in Den Haag werd donderdagmiddag 12 november voor de vierde keer de Preventieconferentie georganiseerd. Wat zijn de mogelijkheden om te versnellen op de weg naar een gezondere en vitalere bevolking in regio’s, gemeenten en wijken?

Wie anders dan Machteld Huber kan beter over positieve gezondheid vertellen? “Zieke mensen hebben óók gezondheidspotentieel,” legt ze uit. “En door dit potentieel te versterken, hebben ze minder last van hun ziekte. Professionals moeten hun patiënten gaan zien als meer dan de optelsom van hun klachten.” Hoewel patiënten wel willen, zijn het systeem en de zorgprofessionals die in dit systeem moeten werken, weerbarstiger. “Werken aan positieve gezondheid in de praktijk vraagt ook nogal wat van zorgprofessionals,” geeft Machteld toe. “Aan ons allen vandaag de uitdaging om te kijken hoe we dit in de praktijk werkbaar kunnen maken.”

Drie pioniers

Directeur van Zorg In Ontwikkeling (ZIO), Guy Schulpen, introduceert drie pioniers op het gebied van succesvolle integratie van preventie, zorg en welzijn: Petra van Wezel van Stichting Overvecht Gezond, Mark Lenssen van proeftuin Blauwe Zorg Maastricht en Chantal Walg van de Noordelijke Maasvallei. Pionier Petra van Wezel, manager bij Stichting Overvecht Gezond, een initiatief van enkele huisartsenpraktijken en gezondheidscentra in de Utrechtse wijk Overvecht, waar mensen gemiddeld vijf jaar eerder dood gaan, vertelt: “Uniek aan onze aanpak is dat wij met buurtteams de wijk intrekken en de zorg letterlijk bij de mensen brengen. Bijvoorbeeld door met allochtone vrouwen met overgewicht te gaan wandelen. Kleinschalig, dichtbij en op maat.”

De tweede pionier, programmamanager Mark Lenssen van proeftuin Blauwe Zorg in Maastricht vertelt over nieuwe innovaties als populatiebekostiging in de vorm van 1 wijkbudget van gebundelde financieringsstromen en de instelling van stadspoli. “Specialistische zorg dichtbij mensen en buiten de ziekenhuismuren,” licht hij toe. “De universiteit van Maastricht onderzoekt momenteel wat wel en niet werkt. Een spannende uitdaging.”

In de regio Noordelijke Maasvallei werkt een groot aantal partijen, waaronder Syntein, gemeenten, GGD-en en zorgorganisaties, samen aan positieve gezondheid. Pionier Chantal Walg van Syntein: “Wij willen dat de schotten tussen partijen verdwijnen. Toe naar zorg waar we niet meer het systeem laten spreken, maar de mensen zelf. Een huisarts in ons netwerk legt vragenlijstjes in zijn wachtkamer om te achterhalen hoe zijn patiënten hun welzijn ervaren. Zo klein kan het zijn.”

Dagvoorzitter Guy Schulpen besluit het eerste gedeelte: “Deze dappere pioniers moeten geen Don Quichotes worden die tegen bureaucratische windmolens stukslaan. Hoe geven we hen de ruimte?”

‘It’s the economy, stupid’

Oud-politica en voorzitter van de NPHF Federatie voor gezondheid, Jolande Sap, opent het tweede gedeelte van de conferentie met de gevleugelde woorden van de Amerikaanse ex-president Bill Clinton: “It’s the economy, stupid.” Volgens Sap, zelf ook econoom, houden we met ons huidige economische systeem ongezondheid in stand. “Ongezonde producten zijn laag geprijsd en gezonde of biologische producten erg duur, te duur voor de lage inkomens. Maar zo maken we ongezond tot een financieel aantrekkelijke keuze en wordt uiteindelijk goedkoop duurkoop. Want we moeten met z’n allen de prijs betalen voor de gevolgen van die ongezonde keuzes.”

Soms is het noodzakelijk om het roer drastisch om te gooien. Dat ontdekte Sap zelf, toen ze na een val van een trap ernstige rugklachten kreeg. Door elke dag fanatiek te sporten, eerst uit noodzaak en later omdat ze niet meer zonder kon, kwam ze haar rugklachten te boven. “Nu de beurt aan de gezondheidszorg,” besluit ze. “Want als we blijven doen wat we deden, krijgen we wat we al hadden.”

Vitaal Vechtdal

Een delegatie van Vitaal Vechtdal, bestaande uit onder meer huisarts Paul Habets en  ziekenhuisbestuurder Pauline Terwijn, vertelt hoe de burgers in Vechtdal op een integrale wijze hun gezondheid gaan verbeteren. Huisarts Habets: “Wij werken nauw samen met regionale partijen en zorgverzekeraars Zilveren Kruis en ONVZ om van een aanbodgestuurd naar vraaggericht aanbod te komen. Zo hebben we de gezondheidspolis in het leven geroepen, die wordt aangestuurd door een burgercoöperatie. En meer de focus gelegd op positieve prikkels voor gezonder gedrag. Want eigenlijk is het absurd: van de 5500 uren die mijn patiënten jaarlijks wakker zijn, besteden ze er gemiddeld 1 samen met mij aan gezondheid, namelijk als ze klachten krijgen. Maar dan blijven er nog 5499 uur over waarin niets gebeurt.” Aan de politiek geeft het drietal mee: “Alleen langetermijnplanningen en stabiel beleid leveren iets op. Dus wil je iets veranderen, oefen dan op het hebben van een lange adem. Anders komen we er nooit.”

Reflectiepanel

Dan is het de beurt aan zeven vertegenwoordigers van organisaties die een pitch hielden over de obstakels en oplossingen die zij ervaren op weg naar een meer integrale aanpak van gezondheid. het reflectiepanel van zo’n zeven leden. Zo houdt Thomas Plochg, directeur NPHF Federatie voor Gezondheid een pleidooi voor het servicecontract voor gezondheid, een co-productie van burger en zorgaanbieder. Want een vaccin tegen een gezonde leefstijl kunnen we niet maken en mensen investeren vaak pas in hun gezondheid als het te laat is, namelijk als zij klachten krijgen. Er zijn andere prikkels nodig, maar we blijven steken in denken met het instrumentarium dat we hebben.” Laurent de Vries, van de Raad van Bestuur van Viattence Zorg en Welzijn: “Dementie wordt onterecht gezien als ziekte die kan worden behandeld. Al het geld gaat op naar onderzoek. Maar door meer geld en aandacht te besteden aan mensen die moeten leven met dementie, kunnen we hun gezondheid echt bevorderen, nu en niet pas over twintig jaar.”

En zo wierpen ook Leonie Voragen (zorgverzekeraar VGZ), Annette Pietseren (wethouder gemeente Nieuwkoop), Jacqueline Baardman (GGD Hart voor Brabant), Nicole Hermans (bestuurslid van de Coöperatie Lééf met en voor elkaar) en Henk Soorsma (ministerie VWS) interessante vragen op. De beperkingen zagen de panelleden vooral in de schotten tussen de financiering en de schotten tussen de verschillende typen hulpverlening. Ook gaat ons huidige systeem nog teveel uit van behandeling in plaats van preventie en gezondheid. Maar er worden nu wel stappen gemaakt en dat alleen al is winst.

Collegetour

Als sluitstuk de 'College tour' met Tweede Kamerleden Agnes Wolbert (PvdA), Erik Ziengs (VVD) en Hanke Bruins Slot (CDA), begeleid door Guus Schrijvers,: wat kan de politiek doen om te versnellen? “Hoe ver kun je gaan om met financiële prikkels gezondheidsbeleid te beïnvloeden?"vraagt kamerlid Erik Ziengs zich af. “Ik voel niet voor verregaande overheidsbemoeienis op die vlakken. Aan de andere kant is sinds het rookverbod in de horecaverbod wel het aantal rokers verminderd. Misschien moeten we de frisdranktax verhogen en dat geld voor gezondheid inzetten.” Volgens Kamerlid Agnes Wolbert moeten we naar een Preventieparlement toe, naar goed voorbeeld van het Plattelandsparlement. “In dit parlement kunnen organisaties die zich bezighouden met ziektepreventie en leefstijlverbetering deelnemen,” stelt ze. “Een mooie verbinding van praktijk en politiek.” Volgens Hanke hebben we al zo’n parlement en zit dat momenteel recht voor haar: alle aanwezigen uit de zaal. “Wat haar aandacht heeft als het gaat om preventie, is het aantal vrouwen dat drinkt en rookt tijdens de zwangerschap. Zelfs onder hoogopgeleide vrouwen. Dat moet echt anders.”

Doorbewegen in nieuwe mogelijkheden

Ferry Koper besluit de conferentie met de woorden dat alle voorbeelden op deze dag laten zien dat er veel meer mogelijk is dan we nu denken. “We zijn op de goede weg en bewegen door,” stelt hij. De volgende Preventie Conferentie kan in het najaar 2016 wellicht voorzien in nog concretere beleidsaanbevelingen en suggesties voor onder meer nieuwe wetgeving. Zo kan de integratie van gezondheidsdenken en -doen in wijk, zorg en werk nog beter worden gerealiseerd.”