Voortgangsmonitoring

ZonMw draagt vanuit het vijfde preventieprogramma zorg voor het monitoren en evalueren van het Nationaal Programma Preventie (NPP), waar Alles is gezondheid… onderdeel van uitmaakt. Om de voortgang en output van het programma te monitoren is het RIVM ingeschakeld.

Op basis van een overzicht van alle activiteiten onder de vlag van het NPP is een set van 30 indicatoren ontwikkeld, verdeeld over de verschillende settings (school, werk, wijk, zorg, gezondheidsbescherming). Gedurende de looptijd van Alles is gezondheid… komen er regelmatig updates van de indicatoren waarvoor nieuwe gegevens beschikbaar zijn.

Feedback op de monitor en suggesties voor verbetering ontvangen wij graag. U kunt deze mailen naar info@allesisgezondheid.nl.

Update februari 2017

Nationaal Programma Preventie goed op weg

Veel van de gezondheidsprogramma’s die onderdeel zijn van het Nationaal Programma Preventie (NPP) hebben de doelen gehaald, die bij de start van het NPP werden gesteld. Vooral rondom scholen is voortgang geboekt. En met meer dan 300 pledges is ook de maatschappelijke beweging Alles is gezondheid… op stoom.

Nationaal Programma Preventie

Bij het Nationaal Programma Preventie gaat het om verminderen van de groei van het aantal mensen met chronische ziekten en verkleinen van de sociaaleconomische gezondheidsverschillen. Speerpunten zijn: minder alcohol, roken, depressie, diabetes, overgewicht en meer bewegen. Het NPP bestaat uit wet- en regelgeving, verschillende gezondheidsprogramma’s en de maatschappelijke beweging Alles is gezondheid…

Gezondheidsprogramma’s

Het programma Gezonde School had eind 2016 1065 scholen met een Vignet Gezonde School. Dat is 215 meer dan het gestelde doel. Verder werd het gestelde doel van 70 gezonde schoolpleinen gehaald. Dit geldt ook voor het aantal scholen met een Schoolplein14 (een initiatief van de Johan Cruyff Foundation) waar het doel op 300 lag. Eind 2016 had circa een derde van de scholen een gezonde schoolkantine. Het streven van 100% gezonde schoolkantines is daarmee niet gehaald. Inmiddels werken bijna 1000 sportverenigingen aan een gezonde sportkantine, waarbij het doel op 600 lag. Eind 2016 waren 116 gemeenten aangesloten bij Jongeren Op Gezond Gewicht (JOGG), een programma om overgewicht bij jongeren tegen te gaan. Dit betekent dat circa 832.000 kinderen bereikt kunnen worden. Verder breidde het programma Taal voor het Leven van de Stichting Lezen en Schrijven uit naar heel Nederland en verdubbelde het aantal cursisten ruimschoots (15.000 in 2015 en 38.000 in 2016). In 2016 hebben ruim 118.000 mensen de check-je-werkstress test ingevuld. 167 bedrijven deden mee aan de week van de werkstress; fors meer dan de jaren daarvoor.

Alles is gezondheid…

Ook de beweging Alles is gezondheid… boekt vooruitgang. Hierin maken bedrijven en instellingen afspraken en ondernemen zij gezamenlijk acties om de bevolking gezonder en vitaler te maken. In 2016 werden 45 nieuwe zogeheten pledges getekend, waarin partijen zich binden aan gerichte en concrete activiteiten. In totaal zijn er 309 getekende pledges. Dit zijn steeds vaker samenwerkingsverbanden met meerdere partijen. De thema’s waaraan partijen zich het meest hebben gecommitteerd zijn sport en bewegen, en gezonde voeding (resp. 120 en 86 pledges). Het merendeel van de betrokken bedrijven en instellingen geeft aan op koers te liggen met de uitvoering van de activiteiten. Het bereik van de pledges varieert; 50% van de betrokken bedrijven en instellingen schat meer dan 1000 mensen te hebben bereikt en 25% zelfs meer dan 10.000. Waar mogelijk worden activiteiten ingebed in een reguliere werkwijze of bestaande structuur.


 

Groene balk met tekst: Alles is gezondheid...
Grafiek waarop het aantal ondertekende pledges per maand te zien is vanaf januari 2014 tot en met december 2015. Eind 2016 waren er in totaal 309 pledges ondertekend.
Alles is gezondheid... brengt een beweging op gang die Nederland gezonder en vitaler wil maken. Meedoen aan Alles is gezondheid… kan door een pledge (‘maatschappelijke belofte’) te tekenen en daarmee partner van het programma te worden. In 2016 zijn er 45 nieuwe pledges bijgekomen. In totaal zijn er 309 pledges getekend.
Staafdiagram met het aantal partners dat betrokken is bij pledges. Eind 2014 waren er 165 pledges ondertekend, door 590 partners. Eind 2016 waren er 280 ondertekende pledges, door 2107 partners.
Eind 2016 zijn er in totaal 309 pledges ondertekend en zijn er 2107 partners betrokken bij de uitvoering van de pledges. Deze organisaties zetten zich in bij de uitvoering van een of meerdere pledges. In totaal zijn er 1825 unieke organisaties.
Tot en met december 2016 zijn er 59 plegdes ondertekend binnen het domein bescherming, 165 pledges binnen het domein in de wijk, 169 pledges binnen het domein de zorg, 109 pledges binnen het domein werk en 128 pledges binnen het domein school.
Alles is gezondheid... richt zich op vijf domeinen: school, wijk, werk, zorg en gezondheidsbescherming. Een pledge kan meerdere domeinen bestrijken. Het merendeel van de ondertekende pledges valt binnen de domeinen zorg en wijk. Over de hele periode vielen de meeste pledges binnen de domeinen zorg en wijk. De nieuwe pledges die in 2016 getekend werden waren vooral gericht op wijk, school, en zorg.
Eind 2016 zijn er 2 pledges ondertekend door partijen uit 5 domeinen, 27 pledges door partijen uit 4 domeinen, 61 pledges door partijen uit 3 domeinen, 125 pledges door partijen uit 2 domeinen. Er zijn 79 pledges ondertekend door partijen uit 1 domein
Voor de integrale aanpak van preventie is verbinding tussen de verschillende domeinen nodig. In 2016 was 69% van de nieuwe pledges gericht op twee of meer domeinen. Uitgaande van alle pledges (ondertekend in de periode 2014-2016) geldt dit voor 70% van de pledges.
Het aantal pledges per speerpunt. Eind 2016 waren er 22 pledges ondertekend voor het speerpunt roken, 29 voor alcohol, 120 voor bewegen en sport, 86 voor voeding, 35 voor overgewicht, 15 voor diabetes, 14 voor depressie en 128 voor leefstijl algemeen.
Roken, alcoholgebruik, bewegen, overgewicht, depressie en diabetes zijn de zes speerpunten binnen het Nationaal Programma Preventie. Deze indicator laat zien in hoeverre deze speerpunten aan bod komen in de pledges. Ook de pledges op het gebied van voeding en leefstijl algemeen worden weergegeven. (Een pledge kan op meerdere speerpunten gericht zijn, waardoor de totalen hoger uitkomen dat het totaal aantal pledges). Net als in 2014 en 2015 komt het speerpunt bewegen en sport ook in 2016 het vaakst aan bod in de nieuw ondertekende pledges. Uitgaande van de hele periode is bijna 40% van alle pledges gericht op dit speerpunt . Ook gezonde voeding scoort hoog met 28%. De speerpunten depressie en diabetes scoren het laagst: 5% van alle pledges is gericht op depressie en 5% op diabetes.
Voortgang van de activiteiten van de ondertekende pledges eind 2016. Bij 71% van de pledges ligt de uitvoering op schema. 16% van de pledges loopt achter. Bij 13% procent van de pledges zijn alle activiteiten afgerond. 1% is nog niet gestart.
Net als in 2015 heeft het RIVM de pledgehouders in het najaar van 2016 gevraagd een vragenlijst in te vullen. De lijst bevatte onder andere vragen over de voortgang van de activiteiten in de pledge, de samenwerking met andere partners en het aantal mensen dat men bereikt met de pledge. Het merendeel (71%) van de pledgehouders geeft aan dat de uitvoering van hun pledge op schema ligt en dat de voortgang volgens verwachting is. Bij één op de zes pledges loopt de uitvoering achter op schema. Bij dertien procent van de pledges zijn alle activiteiten en acties inmiddels afgerond. In 2015 gold dit voor 10% van de pledges.
Cirkelvormig overzicht van het aantal samenwerkingen met andere partners binnen de pledges. Najaar 2016 werkte 63% van partners samen met andere partners van ‘Alles is gezondheid’, binnen 37% van de pledges werd niet samengewerkt.
Net als in het voorgaande jaar heeft het RIVM in het najaar van 2016 de pledgehouders gevraagd een vragenlijst in te vullen. De lijst bevatte onder andere vragen over de samenwerking met andere partners. Bij 63% van de pledges wordt samengewerkt met andere partners van ‘Alles is gezondheid…’. Het meest wordt samengewerkt met partners uit het domein zorg en het minst met partners uit het domein werk. In 2015 was het domein waar het minst mee samen werd gewerkt het domein gezondheidsbescherming.
Cirkelvormig overzicht van het aantal nieuwe samenwerkingen met andere partners binnen de pledges. Bij 33% van de pledges gingen de partners nieuwe samenwerkingen aan, 28% verkent nieuwe samenwerkingen, bij 39% is geen sprake van nieuwe samenwerkingen.
In het najaar van 2016 heeft het RIVM de pledgehouders gevraagd een vragenlijst in te vullen. De lijst bevatte onder andere vragen over de samenwerking met andere partners. Bij een derde van de pledges zijn nieuwe samenwerkingen tot stand gekomen (zowel binnen als buiten het eigen domein). In 2015 gold dit voor een kwart van de pledges. Bijna 30% van de pledgehouders geeft daarnaast aan nieuwe samenwerkingen op het gebied van gezondheid en preventie te verkennen. In 2015 was dit 39%.
Eind 2016: 4% van de pledgehouders denkt met de pledge minder dan 10 mensen te bereiken. 11% denkt tussen de 10 en 100 mensen, 27% schat maximaal 1000 mensen, 25% schat tussen 1.000 en 10.000, 14% 10.000-tot 100.000, 12% meer dan 100.000, 7% anders.
In het najaar van 2016 heeft het RIVM de pledgehouders gevraagd een vragenlijst in te vullen. De lijst bevatte onder andere vragen over het aantal mensen dat men bereikt met de pledge. Ruim veertig procent van de pledgehouders schat dat met de activiteiten in het kader van hun pledge maximaal 1000 mensen bereikt worden. Vijfentwintig procent schat dit aantal tussen de 1.000 en 10.000 mensen en bij nog eens een kwart van de pledges ligt het geschatte bereik zelfs boven de 10.000 mensen. Het ingeschatte bereik is toegenomen ten opzichte van 2015. Zo is het percentage pledges met een geschat bereik boven de 10.000 mensen toegenomen van 19 naar 25%.
Groene balk met tekst: Gezondheidsprogramma's
Eind 2016 zijn er 1065 scholen met een vignet Gezonde School.
Scholen die structureel aan een gezondheidsthema werken, kunnen het vignet Gezonde School aanvragen en zich profileren als een Gezonde School. Eind 2016 zijn er 1065 scholen met een vignet Gezonde School. De doelstelling voor eind 2016 (850 Gezonde Scholen) is daarmee ruimschoots gehaald.
Eind 2016 hadden 807 PO-scholen (primair onderwijs), 178 VO-scholen (voortgezet onderwijs) en 80 MBO-scholen (Middelbaar Beroepsonderwijs) een vignet. Respectievelijk 1010, 217 en 159 scholen hadden een themacertificaat.
De thema’s waar scholen themacertificaten voor kunnen behalen zijn: voeding, bewegen en sport, roken en alcohol, welbevinden en sociale veiligheid, relaties en seksualiteit, fysieke veiligheid en milieu en natuur. Het aantal Gezonde Scholen en themacertificaten in de infographic is de stand van eind 2016. Bewegen en sport is het thema waarvoor per schoolsector de meeste certificaten zijn behaald.
Staafdiagram met het aantal scholen dat een Schoolplein14 heeft. Eind 2014 waren dat er 122, eind 2015 waren dat er 219, eind 2016 301 en doel voor eind 2016 was dat 300 scholen een Schoolplein14 zouden hebben.
Door de realisatie van een Schoolplein14 op basisscholen uit zowel het regulier als speciaal onderwijs stimuleert de Cruyff Foundation kinderen om samen te sporten en te spelen tijdens en na schooltijd. Met Schoolplein14 worden schoolpleinen weer aantrekkelijk gemaakt door in samenwerking met de school en haar leerlingen lijnen en kleurvlakken (coatings) op de grond en muur aan te brengen. Op deze manier worden op natuurlijke wijze spelactiviteiten van kinderen gestimuleerd. Eind 2016 zijn er 301 scholen met een Schoolplein14 in Nederland. Het doel van 2016 is hiermee gehaald.
Staafdiagram met het aantal scholen dat een gezond schoolplein heeft. Eind 2014 waren dat er 2, eind 2015 waren dat er 24, eind 2016 waren dat er 70. Het doel voor eind 2016 was ook 70.
Op een Gezond Schoolplein krijgen jongeren de ruimte om te bewegen en te spelen in een uitdagende, groene en rookvrije omgeving. Een Gezond Schoolplein wordt daarnaast gebruikt als buitenlokaal en is na schooltijd geopend als speelplek. In 2014 en 2015 werden er in totaal 24 Gezonde schoolpleinen gerealiseerd. In 2016 zijn hier 46 Gezonde Schoolpleinen bij gekomen. Hiermee is het doel van 70 scholen met een Gezond Schoolplein gehaald.
In 2014 bezocht de Schoolkantine Brigade 102 MBO (Middelbaar Beroepsonderwijs) scholen, in 2015 waren dat er 69. Eind 2016 waren dat er 68. De Schoolkantine Brigade bezocht in 2014 348 VO (voortgezet onderwijs) scholen en 431 in 2015, eind 2016 172.
Een gezonde uitstraling en een gezonder aanbod staan centraal in een gezonde schoolkantine. Met de Richtlijnen Gezondere Kantines kun je een zilveren Schoolkantine Schaal en een gouden Schoolkantine Schaal behalen. In een zilveren kantine bestaat het aanbod voor minimaal 60% uit betere keuzes. In een gouden schoolkantine worden er minimaal 80% betere keuzes aangeboden. De gezonde producten staan vooraan op de balie en bovenin de automaten. Bovendien wordt er fruit en groente aangeboden en moet er water verkrijgbaar zijn in de kantine (bij voorkeur een hygiënisch watertappunt). Scholen, kantinebeheerders, GGD'en en marktpartijen kunnen een beroep doen op de Schoolkantine Brigade voor ondersteuning. Zij komen langs met persoonlijk advies over het aanbod in de kantine en/of de automaten. Aan scholen die voldoen aan de Richtlijnen Gezondere Kantines wordt een Schoolkantine Schaal uitgereikt. De Gezonde Schoolkantine is erkend als goed onderbouwd door de Erkenningscommissie van het RIVM Centrum Gezond Leven. In 2016 zijn er 240 scholen bezocht door de Schoolkantine Brigade. Dit aantal is lager dan in de voorgaande jaren. Reden is dat de meeste scholen inmiddels zijn bezocht. De inzet van de Schoolkantine Brigade ligt nu vooral bij de implementatie van de nieuwe Richtlijnen Gezondere Kantines. Inmiddels hebben 628 scholen de Schoolkantine Schaal behaald. Dit betekent dat bijna een derde van de scholen in Nederland een Gezonde Schoolkantine heeft.
Aantal cursisten en vrijwilligers in het programma Taal voor het Leven. Eind 2014 10321, eind 2015 15178 en eind 2016 38189 cursisten . Eind 2014 waren er 3140 taalvrijwilligers, eind 2015 waren het er 5788, eind 2016 12900.
In Nederland hebben 2,5 miljoen laaggeletterden van 16 jaar en ouder moeite met lezen, schrijven en/of rekenen. Dat staat gelijk aan 18% ofwel ongeveer 1 op de 6 Nederlanders. Daarvan heeft in ieder geval 1,9 miljoen moeite met lezen en schrijven en dus met taal (Algemene Rekenkamer, 2016). Het ondersteuningsprogramma Taal voor het Leven helpt gemeenten en organisaties die aan de slag willen met de aanpak van laaggeletterdheid. Dat gebeurt o.a. door het trainen van vrijwilligers in het begeleiden van mensen bij het beter leren lezen en schrijven. Taalvrijwilligers kunnen een-op-een met cursisten aan de slag, een groepje in de bibliotheek begeleiden of een docent ondersteunen in een klas. Hier werd een forse groei gezien. Eind 2015 had het programma Taal voor het Leven ruim 15.000 cursisten en meer dan 5700 vrijwilligers. In 2016 zijn deze aantallen meer dan verdubbeld (ruim 38.000 cursisten en bijna 13.000 taalvrijwilligers). Dit komt omdat Taal voor het Leven inmiddels in heel Nederland actief is en zich niet meer beperkt tot de 6 arbeidsmarktregio’s van de pilotfase. Door de ontwikkelde middelen en goede voorbeelden uit de pilotfase krijgt men nu veel organisaties mee.
In 2015 hebben 256.308 mensen, in 2016 hebben 358.891 de website duurzameinzetbaarheid.nl bezocht.
De website duurzameinzetbaarheid.nl is een initiatief van het ministerie van SZW en is bedoeld om werkgevers en werknemers met voorbeelden en hulpmiddelen te ondersteunen op weg naar duurzame inzetbaarheid. Het bezoekersaantal is in 2016 met 40% gestegen (ruim 100.000 bezoekers meer dan in 2015).
Staafdiagram met het aantal ingediende aanvragen voor subsidies Duurzame Inzetbaarheid. In 2014 zijn 2.383, in 2015 3.157 en in 2016 2.900 aanvragen ingediend.
Voor de periode van 2014 t/m 2020 is budget beschikbaar gesteld vanuit het ESF (Europees Sociaal Fonds) voor bedrijven, regio’s en sectoren die aan de slag willen met duurzame inzetbaarheid. Bedrijven en (overheids)instellingen konden in 2014, 2015 en 2016 subsidie aanvragen van maximaal 10.000 euro om mensen langer gezond, gemotiveerd en productief aan het werk te houden en om in te zetten op leeftijdsbewust personeelsbeleid. In 2016 zijn er 2900 aanvragen ingediend.
Staafdiagram met het aantal mensen dat een check-je-werkstress-test heeft ingevuld. In 2014 waren dat 80.000, in 2015 208.000 en in 2016 118.000 mensen.
1 op de 7 werknemers in Nederland heeft last van werkstress. Meer dan één miljoen mensen lopen jaarlijks het risico op burn-out en andere werkgerelateerde psychische ziekten. Signalen zoals slapeloosheid, aanhoudende hoofdpijn of oververmoeidheid worden vaak niet op tijd herkend. De check-je-werkstress-test helpt werknemers deze signalen te herkennen en hun werkstress te checken. In 2016 hebben 118.000 mensen (een deel van) de check-je-werkstress-test ingevuld. Dit zijn er 90.000 minder dan in 2015.
In november 2014 organiseerden 50 bedrijven en organisaties activiteiten om de werkstress te verminderen en het werkplezier te vergroten. In 2015 waren dat er 100 en in 2016 waren dat er 167.
Werkstress is de belangrijkste oorzaak van werkgerelateerd verzuim. In 2014 startte het ministerie van SZW een vierjarige campagne op dit gebied. Zwaartepunt ligt in de Week van de Werkstress, georganiseerd in november 2014, 2015 en 2016. De campagne heeft tot doel werkstress bespreekbaar te maken en werkgevers en werknemers te stimuleren tijdig maatregelen te nemen. In 2014 organiseerden 50 bedrijven en organisaties activiteiten om de werkstress te verminderen en het werkplezier te vergroten. Dit aantal is in 2015 verdubbeld en in 2016 verder gestegen tot 167 bedrijven.
Het stimuleringsprogramma Gezond in... bezocht in 2015 164 GIDS-gemeenten.
'Gezond in ...' is het stimuleringsprogramma om lokale aanpakken van gezondheidsachterstanden te versterken. Het programma stimuleert GIDS-gemeenten deze achterstanden terug te dringen. Er zijn 164 GIDS-gemeenten, waar veel mensen wonen met een lage sociaal economische status. Gezond in… ondersteunt deze gemeenten met advies op maat, instrumenten, trainingen en landelijke en regionale studiedagen.
Staafdiagram. 85% van de GIDS-gemeenten heeft een plan voor lokale aanpak van gezondheidsachterstanden. 60% van de GIDS-gemeenten heeft gekozen voor een integrale aanpak op vijf sporen. 60% van de GIDS-gemeenten maakte gebruik van een wijkscan
Uit een navraag van VWS in 2016 bij alle gemeenten die meedoen aan het Gezond In-programma blijkt dat veel stappen zijn gezet in de integrale aanpak van gezondheidsachterstanden: Een meerderheid van de ondervraagde GIDS-gemeenten (85%) heeft een plan van aanpak voor de integrale aanpak van de gezondheidsachterstanden. Bijna 70% van de gemeenten voerde een wijkscan uit om inzicht te krijgen in de lokale gezondheidssituatie. Op basis van feitelijke gegevens en inkleuring door burgers en professionals, wordt vervolgens een plan gemaakt. Bij aanvang van het programma richtte een groot deel van de gemeenten zich vooral op leefstijl, nu zegt 60% te kiezen voor een integrale aanpak op vijf sporen: participatie, fysieke omgeving, sociale omgeving, gedrag & vaardigheden en preventie & zorg.
Staafdiagram met het aantal gemeenten dat meedoet met de JOGG-aanpak (Jongeren op Gezond Gewicht). Eind 2014 waren dat er 75, eind 2015 91, eind 2016 116.
De JOGG-aanpak van Jongeren Op Gezond Gewicht is een intersectorale wijkgerichte aanpak met als doel meer jongeren op gezond gewicht te krijgen. De JOGG-aanpak richt zich niet alleen op het kind, maar ook op de omgeving waarin het kind opgroeit. Om mee te doen met de JOGG-aanpak sluit een gemeente een samenwerkingsovereenkomst af met Jongeren Op Gezond Gewicht. Jongeren Op Gezond Gewicht biedt intensieve ondersteuning en de gemeente stelt een JOGG-regisseur aan die verantwoordelijk is voor de ontwikkeling en uitvoering van de JOGG-aanpak. Het aantal JOGG-gemeenten is gegroeid van 91 eind 2015, naar 116 in december 2016. Op basis van een totaal van 390 gemeenten werkt inmiddels een op de drie gemeenten in Nederland met de JOGG-aanpak.
Het potentiële bereik van Jongeren Op Gezond Gewicht wordt eind 2016 ingeschat op 832.000 kinderen en jong volwassenen (t/m 19 jaar). Daarvan worden er 799.000 met de lokale JOGG-aanpak bereikt (21% van het totaal aantal kinderen) en 33.000 met het Team:Fit programma. Ten opzichte van 2015 is het potentiële bereik gegroeid met 56.000 jongeren. Het einddoel van één miljoen kinderen in 2020 komt hiermee in zicht.
Staafdiagram met het aantal Gezonde Sportkantines. Eind 2014 waren dat er 318, eind 2015 438, eind 2016 992. Doel is dat er eind 2016 600 sportverenigingen mee doen.
Het doel van Team:Fit (voorheen de Gezonde Sportkantine) is om bij sportkantines de gezonde keuze de makkelijke keuze te laten zijn en sportclubs te stimuleren gezonder eten en drinken aan te bieden. Team:Fit werkt hiervoor samen met Lekker Bezig, een initiatief van de KNVB en Sligro. Sportverenigingen die zich aanmelden voor Team:Fit krijgen bezoek van een van de Team:Fit Adviseurs, die de verenigingen begeleiden en voorzien van materialen. Lekker Bezig richt zich op het bevorderen van een gezonder aanbod in voetbalkantines. Eind 2016 waren er in 184 Nederlandse gemeenten 539 sportkantines die aan de slag zijn gegaan met Team:Fit. Daarnaast waren er 453 voetbalverenigingen, die zich voor het programma ‘Lekker Bezig’ hebben aangemeld. Door de samenwerking zijn er eind 2016 in totaal 992 sportverenigingen die werken aan een gezonde sportkantine. Het doel van 600 sportkantines eind 2016 is daarmee ruimschoots gehaald.
Bezoekers gripopjedip.nI 2014 38.316, 2015 68.407, eind 2016 70.569. Aanmeldingen cursus: 2014 215, 2015: 363, eind 2016: 313. Begeleiding via e-mail: 2014 341, 2015 387, eind 2016 457.
'Grip op je dip online' is een preventieve online groepscursus door middel van een chatbox voor jongeren met depressieve klachten. Deze cursus is onderdeel van de website www.gripopjedip.nl. Naast de website en de online groepscursus is er ook een e-mailservice voor kortdurende ondersteuning per e-mail. De online groepscursus is erkend als goed onderbouwd door de Erkenningscommissie van het RIVM Centrum Gezond Leven. De e-mailservice is geprotocolleerde hulp, gebaseerd op cognitief therapeutische principes en problem solving technieken. Jongeren kunnen er anoniem gebruik van maken. Een deel van de jongeren dat niet toegelaten kan worden voor de cursus wordt toegeleid naar andere hulp. Voor de indicator op het gebied van depressiepreventie kijken we naar de aantallen websitebezoekers en cursusaanmeldingen voor Grip op je dip. In 2016 zijn er ruim 70.000 unieke bezoekers op gripopjedip.nl geweest en zijn ruim 450 jongeren begeleid via e-mail. Deze aantallen liggen hoger dan in 2015. Het aantal aanmeldingen voor de cursus ligt iets lager dan in 2015, mede door ondercapaciteit van cursusleiders.
Staafdiagram met het aantal oorchecks (online gehoortest) In 2014 zijn er 50.218 oorchecks gedaan, waarvan 37.727 door jongeren. In 2015 waren dat er 82.048 op een totaal van 185.283, eind 2016 71.638 jongeren op een totaal van 130.036
Veel jonge mensen hebben al een verslechterd gehoor. De Nationale Hoorstichting heeft online hoortesten voor kinderen, jongeren en volwassenen en werknemers ontwikkeld. De oorcheck is een online hoortest voor jongeren tussen de 12 en 25 jaar. In 2016 hebben ruim 71.000 jongeren een oorcheck uitgevoerd van de Nationale Hoorstichting. Dit aantal ligt iets lager dan in 2015, maar is nog steeds substantieel hoger dan in 2014.
In 2014 hebben 100.048 mensen oorcheck.nl bezocht; in 2015 145.000; in 2016 126.124.
In 2016 hebben ruim 126.000 mensen de website oorcheck.nl bezocht.
Staafdiagram met het aantal mensen dat deelnam aan Stoptober. In 2014 schreven zich 38.514 mensen in, in 2015 waren dat er 70.124 en in 2016 53.303 mensen.
Stoptober is een actie in de maand oktober waarin mensen gestimuleerd worden om 28 dagen lang niet te roken. In 2016 lag het aantal inschrijvingen lager dan in 2015. Reden kan zijn dat in 2016 voor het eerst de voorwaarde werd gesteld dat men zich moest inschrijven op de website om van de gratis Stoptober-app gebruik te mogen maken. In 2014 en 2015 was de app gratis te downloaden zonder verplichte inschrijving op de website.
Eind 2015 zijn afspraken gemaakt voor zes productgroepen over zout, voor één productgroep over verzadigd vet en voor twee productgroepen over suiker. In 2016 zijn hier vier productgroepen bij gekomen voor zout en twee voor verzadigd vet.
Het Akkoord Verbetering Productsamenstelling heeft tot doel het verminderen van de gehaltes zout, verzadigd vet en calorieën (suiker en vet) in producten. Dit leidt tot een gezonder productaanbod. De partijen hebben ambities opgesteld om het productaanbod qua gehaltes aan zout, verzadigd vet en calorieën (suiker en vet) te verbeteren. Om dit te bereiken maakt het bedrijfsleven voor verschillende productcategorieën ketenafspraken. Bij het Akkoord Verbetering Productsamenstelling waren er eind 2015 in totaal voor zes productgroepen afspraken gemaakt over zout, voor één productgroep over verzadigd vet en voor twee productgroepen over suiker. In 2016 zijn hier vier productgroepen bij gekomen voor zout en twee voor verzadigd vet.
Percentages vaccinatie BMR 95%, DKtP 94%, HPV 61%, griepprik 50%. >99% van de doelgroep doet mee aan het bloedonderzoek, >99% van de pasgeborenen krijgt een hielprik. Percentages screening: baarmoederhalskanker 65%, borstkanker 79%, darmkanker 73%
Vaccinatie en screening zijn vormen van ziektepreventie. Het aanbod is gebundeld in verschillende programma's, zoals het Rijksvaccinatieprogramma, het Nationaal Programma Grieppreventie en het Nationaal Programma Bevolkingsonderzoek. Deze cijfers zijn uit verschillende monitoringsrapporten afkomstig en gaan over verschillende jaartallen. Meer informatie over de bronnen is op te vragen bij info@allesisgezondheid.nl.