Wim van der Meeren, CEO van zorgverzekeraar CZ, geeft kijkje in keuken regionale proeftuinen waar CZ partner van is

CZ is partner in vijf regionale proeftuinen in Zuid-Limburg, Zeeuws-Vlaanderen en West-Brabant. Wim van der Meeren, CEO van zorgverzekeraar CZ, gunt Alles is gezondheid... een kijkje in de keuken van deze proeftuinen en vertelt over de samenwerking van CZ met gemeenten, zorg  en burgers en het gezamenlijk impulsen geven aan positieve gezondheid.

Jullie zijn betrokken bij verschillende regionale proeftuinen. Wat houdt zo’n proeftuin in?

De solidariteit waarmee CZ groep in 1930 werd opgericht en die dus in onze genen zit, vormt ook het fundament onder het zorgstelsel in Nederland. Het goed, betaalbaar en beschikbaar houden van de Nederlandse zorg zien wij als onze maatschappelijke verantwoordelijkheid. Om voor elkaar te krijgen dat de verzekerde passende zorg krijgt, niet te veel en niet te weinig, is samenwerking tussen zorgverleners nodig die gericht is op de werkelijke behoeften en mogelijkheden van patiënten. In vijf regioregie-proeftuinen in Zuid-Limburg, Zeeuws-Vlaanderen, West-Brabant en Zuidoost-Brabant experimenteert CZ met een aanpak waarbij op niet-vrijblijvende wijze wordt samengewerkt met zorgaanbieders, zorgvragersorganisatie Zorgbelang en steeds meer ook met gemeenten en maatschappelijke organisaties om in de regio aantoonbaar de gezondheid van de inwoners en de kwaliteit en betaalbaarheid van de zorg te verbeteren, de zogenoemde Triple Aim.

De samenwerkende partijen kijken hierbij ‘door de bril’ van positieve gezondheid, het concept waarbij niet de ziekte maar de veerkracht, dat wil zeggen het het leren omgaan met je ziekte, alleen of met hulp van anderen, centraal staat.

De samenwerkingspartners nemen op basis van deze gedeelde kernwaarden gezamenlijk verantwoordelijkheid voor het uitvoeren van verbeterinitiatieven, die vaak over schotten en domeinen heengaan. Deze projecten worden gezamenlijk uitgevoerd en kortcyclisch geëvalueerd, zodat waar nodig kan worden bijgestuurd en barrieres samen uit de weg worden geruimd. De opgedane kennis en ervaringen worden onder de proeftuinen gedeeld zodat succesvolle vernieuwingen sneller worden opgeschaald.

Wat zijn de uitdagingen in deze proeftuinen op het gebied van gezondheid en welke rol speelt CZ daarin?

De belangrijkste kerntaak van CZ is het inkopen van zorg die voor onze verzekerden van waarde is, waarbij de relatie wordt gelegd tussen kwaliteit van de zorg, afgemeten aan effectiviteit en patiëntgerichtheid, en de prijs die we daarvoor betalen. Hoewel Nederland internationaal gezien goed presteert, valt er nog veel te verbeteren. Versnipperde financieringsstructuren en organisatiemodellen, een sterke focus op ziekte en niet op gezondheid en veerkracht maken dat het zorgaanbod onvoldoende samenhangend is en onvoldoende afgestemd is op de behoefte, het potentieel en de eigen regie van de mens achter de ziekte. Daardoor staat de kwaliteit onder druk en komt de betaalbaarheid van de zorg ernstig in gevaar. De toenemende zorgvraag, ook qua complexiteit, als gevolg van vergrijzing en ongezonde leefstijl vraagt om een andere – integrale – aanpak, die bovendien niet begrensd is tot zorg en welzijn, maar ook andere domeinen raakt zoals arbeid en onderwijs. Daarnaast zijn er specifiek regionale knelpunten, die om een regiospecifieke aanpak vragen, bijvoorbeeld in de krimpregio’s Zuid-Limburg en Zeeuws-Vlaanderen, niet toevallig twee proeftuin-regio’s.

Deze problemen zijn te groot om door één partij alleen op te lossen. Wat nodig is, is een samenhangende langjarige aanpak van partijen samen, gericht op een regionale populatie. Om te beginnen de regionale partners in de ’zorgdriehoek’, maar idealiter ook in samenwerking met gemeenten en maatschappelijke partners. Zij kennen de regio, weten wat er speelt en door samen op te trekken leert men van elkaar en helpt men elkaar om de gezondheid, de kwaliteit en de betaalbaarheid van de zorg in de regio te verbeteren. In de kern gaat het steeds om gedragsverandering op microniveau: bij de inwoner om zo gezond mogelijk te leven en een bijdrage te leveren aan samenredzaamheid, bij de patiënt om een actieve rol te vervullen bij de keuze van behandeling en behandelaar en bij de behandeling zelf, bij de zorgaanbieder om een andere, meer coachende houding aan te nemen en meer als participant in een waardeketen te handelen, etc. De aanname is dat deze gedragsverandering wordt gestimuleerd door als organisaties in de zorgdriehoek (en zelfs daarbuiten) op regionaal niveau samen te werken op basis van een gedeelde visie.

Voor CZ is regioregie een experiment om de zorginkoop als eigen kerntaak binnen het huidig zorgsysteem op een andere wijze in te vullen. Met deze aanpak verhogen we onze kennis van waaraan bij onze verzekerden en bij de zorgvragers behoefte is en waar verbetermogelijkheden liggen. Bovendien: door intensief met zorgvragersorganisaties en met zorgaanbieders samen te werken verkrijgen en verhogen we het draagvlak voor onze inkooprol. En dat is iets waar de samenleving steeds meer om vraagt.

Jullie hebben gekozen voor positieve gezondheid als vertrekpunt. Waarom hebben jullie hiervoor gekozen en hoe krijgt dit vorm in de praktijk? Kunt u dit uitleggen met een voorbeeld van de proeftuinen?

Zoals gezegd koopt CZ in op waarde, mede afgemeten aan patiëntgerichtheid van de zorg. Als we de waarde voor de patiënt centraal stellen, dan moeten we de brede visie die de patiënt op gezondheid heeft ook serieus nemen. Want dat is wat Machteld Huber wetenschappelijk heeft vastgesteld: voor de patiënt staat gezondheid niet alleen voor de lichamelijke en mentale aspecten, maar zijn alle zes dimensies die ze heeft beschreven bijna even belangrijk. Het gaat de patiënt ook om het dagelijks functioneren, de maatschappelijke participatie, kwaliteit van leven en de spirituele dimensie. Door op zoek te gaan naar de vraag wat voor iemand persoonlijk belangrijk is en daarmee zelf – al dan niet ondersteund door anderen – aan de slag te gaan wordt het eigen oplossend vermogen van mensen aangesproken. Deze oplossingen kunnen heel goed buiten de zorg liggen. Het holistische karakter van positieve gezondheid (mensgericht, kijkend naar het geheel) zien we terug in de systeem-aanpak die CZ met regioregie voor ogen heeft: doordat de regio samen de regie neemt en tot een integrale aanpak komt, wordt de samenhang in zorg en ondersteuning versterkt en wordt zelf- en samenredzaamheid bevorderd. Het concept van positieve gezondheid heeft een sterk verbindende werking, niet alleen binnen de zorg maar ook in de samenwerking met gemeenten en andere maatschappelijke partners. Het feit dat uit wordt gegaan van de mens en niet van de ziekte en dat de mens wordt aangesproken op het potentieel - ook bij ziekte is er nog ‘een heel stuk gezondheid’ – brengt mee dat positieve gezondheid als kernwaarde wordt gezien door iedereen die belang heeft bij een vitale regionale gemeenschap. Op basis van deze gedeelde kernwaarde kan in de regio concreet invulling aan de Triple Aim worden gegeven.

Want dat is natuurlijk ook waar: positieve gezondheid sec is niet ‘the holy grail’: alleen door beleid te ontwikkelen en uit te voeren waarmee positieve gezondheid in de praktijk handen en voeten krijgt, zal er daadwerkelijk iets veranderen waardoor de Triple Aim dichterbij komt. Een voorbeeld hiervan is het project Ruimte door resultaat in proeftuin Mijn Zorg. Dat is een experiment in de wijkverpleging, waarbij de wijkverpleegkundige zich van zorgaanbieder tot ‘ontzorgaanbieder’ omvormt, mede mogelijk gemaakt door een andere financieringsvorm. In plaats van op zorgen is de attitude gericht op ontzorgen, met de wijkverpleegkundige als de specialist op het gebied van zelfredzaamheid. Eén van de hulpattributen die de verpleegkundige daarbij ter beschikking staan is het ‘spinnenweb’ van positieve gezondheid. Machteld Huber is als expert zelf betrokken bij de vormgeving van dit project. De eerste resultaten van het experiment zijn positief: het gemiddeld aantal klanturen is fors gedaald.

Wat betekent positieve gezondheid voor de samenwerking in de proeftuinen en welke rol speelt CZ in deze samenwerking?

Zoals gezegd heeft positieve gezondheid als kernwaarde een sterk verbindende kracht. Dat zien we in alle proeftuinen terug; in Zeeuws-Vlaanderen, Zuidoost-Brabant en in Zuid-Limburg. Om Zuid-Limburg als voorbeeld te nemen: in deze regio hebben alle coalitiepartners in de proeftuinen het gedachtengoed omarmd als de ‘bril’ die wordt opgezet bij het realiseren van de Triple Aim. Alle 18 gemeenten hebben positieve gezondheid als uitgangspunt genomen voor het beleid de komende jaren om de gezondheidsachterstand in Zuid-Limburg om te buigen. Datzelfde geldt voor de provincie Limburg, die de ambitie heeft uitgesproken om de eerste positief gezonde provincie van Nederland te zijn. De provincie faciliteert daarom de proeftuinen bij de uitwerking van het concept in de eigen regio.
Tegelijkertijd moeten we ons realiseren dat positieve gezondheid een cultuuromslag beoogt en dat is per definitie iets van lange termijn. De proeftuinen zijn daarom onverminderd druk in de weer om resultaten te boeken die al op korte termijn bijdragen aan betere zorg en betaalbaarheid. Denk bijvoorbeeld aan de substitutie van niet-complexe zorg van tweede naar eerste lijn en het vervangen van dure cholesterolverlagers door goedkopere middelen van dezelfde kwaliteit.

De rol van CZ past bij de wettelijke regisseursrol. Met de wijze waarop CZ deze in de proeftuinen invult wordt een beroep gedaan op de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de gezondheid, zorg en betaalbaarheid, waardoor in feite de regio als geheel de regie neemt. De rol van CZ is die van (waar nodig) aanjager, verbinder, co-producent, facilitator en kritisch zorginkoper inéén.

Omdat we (ook) een landelijk werkende zorgverzekeraar zijn met een groot netwerk, kunnen we ook op dat niveau verbindingen leggen die bijdragen aan de verspreiding en uitvoering van positieve gezondheid. Zo is CZ kartrekker van het landelijk initiatief, waarbij o.a. ook de Rabobank betrokken is, om iPH (Institute for Positive Health) uit oogpunt van maatschappelijk belang een stevige basis te geven, zodat Machteld Huber c.s. het concept kunnen doorontwikkelen. En net zo belangrijk: de regio helpen met het implementeren ervan in de dagelijkse praktijk. CZ is in gesprek met de andere grote zorgverzekeraars om hierbij samen op te trekken, non-concurrentieel, zodat de beweging kan worden versneld.

Verder is CZ nauw betrokken bij de uitwerking van het programma van de provincie Limburg om de eerste positief gezonde provincie van Nederland te worden. Ook zijn wij betrokken bij het initiatief in Limburg om een bedrijvennetwerk Scoren met Positieve Gezondheid van de grond te tillen. Dat is een (groeiende) groep van maatschappelijk betrokken ondernemers en organisaties die het concept van positieve gezondheid een warm hart toedragen en daarmee in eigen bedrijf en regio concreet aan de slag gaan.

Hoe ziet u de samenwerking tussen gemeenten en CZ en wat ziet u als oplossingen voor hechtere samenwerking tussen gemeenten en CZ?

CZ heeft de laatste jaren flink geïnvesteerd in de samenwerking met de gemeenten. Praktisch is het niet mogelijk om met alle gemeenten in gesprek te gaan, maar in gebieden waar CZ een groot marktaandeel heeft zijn strategische samenwerkingsovereenkomsten gesloten. Bijvoorbeeld met de gemeenten Breda en Tilburg. Maar ook in de proeftuinregio’s in Limburg zijn dergelijke convenanten gesloten, o.a. met de acht Parkstad-gemeenten (Mijn Zorg) en met de vier gemeenten in de Westelijke Mijnstreek (Anders Beter). Samenwerking is een goede zaak, niet alleen omdat de decentralisaties daartoe aanleiding gaven, maar ook omdat samenwerking tussen CZ en gemeenten kan helpen om de maatschappelijke problemen waarvoor we staan op te lossen. Soms liggen die problemen meer op het bordje van de een dan van de ander, en dat verschil moet je onder ogen blijven zien, maar door samen te werken op die onderdelen waar dat nuttig is kom je in een regio dichterbij de Triple Aim. Denk bijvoorbeeld aan het faciliteren van burgerinitiatieven zoals de zorgcoöperaties, die de samenredzaamheid bevorderen. Onder meer werkt CZ samen met de gemeente Laarbeek en de Koepel van Zorgcoöperaties Zuid-Nederland  aan een project om ouderen bewust te maken van het belang van een sociaal netwerk en hoe zorgcoöperaties bij het opbouwen daarvan kunnen helpen. Een ander voorbeeld: de positieve ervaringen die in Zuidoost-Brabant zijn opgedaan met zelfhulp (zelfhulpgroepen, zelfhulptool) worden nu door de betrokken organisatie gedeeld met de partners in de proeftuinen in Zuid-Limburg.

Wat ziet u als de voordelen van het samen optrekken met andere zorgverzekeraars en kunt hier voorbeeld van geven uit een proeftuin waarin CZ participeert?

Zorgverzekeraars zien heel goed het maatschappelijk belang van veranderingen die bijdragen aan de Triple Aim. Ze voelen zich ook medeverantwoordelijk hiervoor. Waar in een proeftuin een project wordt gestart door één van de zorgverzekeraars, zullen in principe de andere verzekeraars met een kleiner marktaandeel automatisch volgen. Want dan is de kans van slagen het grootst. Een van de kenmerken van de proeftuinen is de bereidheid om kennis en ervaringen met elkaar te delen. Daar is het maatschappelijk belang het meest bij gediend. Een voorbeeld hiervan is het al genoemd wijkzorg-experiment Ruimte voor resultaat. Dit project is opgezet met CZ, maar VGZ is volgend. Op dezelfde wijze volgt CZ VGZ bijvoorbeeld bij het positieve gezondheidsproject van de huisartsen in Bergen (in de Noordelijke Maasvallei).

Als het gaat om samenwerking met gemeenten en andere zorgverzekeraars, wat is dan de belangrijkste drempel die jullie hebben moeten slechten of nog moeten overwinnen?

Er zijn natuurlijk grote verschillen tussen de ‘wereld’ van de zorgverzekeraars en die van de gemeenten. Beide hebben eigen verantwoordelijkheden, zoals de zorgplicht in het kader van resp. de ZVW en de Jeugdwet, waarvoor je niet weg kunt lopen. Om met respect voor ieders eigen deelverantwoordelijkheid samen te werken aan het hoger maatschappelijk doel van een vitale regio is het in de eerste plaats noodzakelijk om elkaar te leren kennen, elkaars taal te verstaan, elkaars ambities, achtergronden, mogelijkheden en onmogelijkheden te kennen. Het zijn verschillende werelden met een eigen taal, cultuur, financiële spelregels en systeemeisen. De kunst is om uit te zoeken waar het schuurt en hoe hiervoor oplossingen zijn te verzinnen. Samen onderzoeken, leren en verbeteren. Dat vraagt tijd, energie, inlevingsvermogen, flexibiliteit en soms ook een beetje lef. Dit lukt alleen als je bepaalde kernwaarden deelt. Vervolgens in het klein gaan oefenen met samenwerken. Dat is de beste manier om elkaar beter te leren kennen. Zoals al gezegd heeft het concept van positieve gezondheid er sterk aan bijgedragen om deze slag te maken.

Welke tip hebt u voor partners van Alles is gezondheid… om samenwerking met zorgverzekeraars te zoeken?

Zoek zoveel mogelijk aansluiting bij de netwerken en initiatieven die er al zijn. Zorgverzekeraars zijn ambitieus en willen graag werk maken van hun maatschappelijke opdracht. Maar ook hierbij de verzekeraars is de capaciteit beperkt. Door aan te sluiten bij wat er al is, kom je uit bij initiatieven waar al energie in zit en door te verbinden kun je snel meters maken. Verdiep je in de motieven van de verzekeraar. Ga niet alleen af op de soms erg eenzijdige beeldvorming in de media maar sta open voor de zienswijze van de zorgverzekeraar met een wettelijke inkooprol en denk constructief en creatief mee hoe door samenwerking het belang van de inwoners van een regio, zowel individueel als collectief, het beste kan worden gediend.